ECLI:NL:RVS:2022:1921
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor verbouwing pand tot woning in tweede lijn wegens ruimtelijke ongewenstheid
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft op 21 november 2017 geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruik van een bestaand pand aan de [locatie] in De Meern als woning, in afwijking van het bestemmingsplan. Het pand ligt achter woningen aan de Pastoor Boelenslaan en heeft de bestemming 'Wonen' met aanduiding 'lb2', waarbij het aantal woningen niet mag toenemen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep van appellant tegen deze weigering behandeld.
De Afdeling overweegt dat wonen in de tweede lijn ruimtelijk ongewenst is omdat het pand niet georiënteerd is op de openbare ruimte en verscholen ligt achter andere woningen, wat leidt tot ruimtelijke verrommeling. Het college heeft dit standpunt deugdelijk gemotiveerd en mocht de ruimtelijke ongewenstheid en mogelijke precedentwerking als grond voor weigering aanvoeren. Argumenten van appellant over bijzondere omstandigheden en vergelijkbare situaties in de gemeente slagen niet.
Ook het betoog dat het gebruik als woning niet intensiever zou zijn dan het huidige gebruik als opslag voor een schildersbedrijf wordt verworpen. Het college heeft gemotiveerd dat wonen een intensiever gebruik met zich meebrengt en dat het woon- en leefklimaat en de privacy van omwonenden kunnen worden aangetast. De vraag of het pand als hoofd- of bijgebouw moet worden aangemerkt is niet doorslaggevend voor de afwijzing. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor verbouwing tot woning wordt ongegrond verklaard.