ECLI:NL:RBNNE:2026:2909

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
11919520 BU VER 25-2135
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Art. 1 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor parkeren in parkeerverbodszone Leeuwarden

Betrokkene kreeg een boete van €129 opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op 19 februari 2025 om 20:18 uur op het Bonifatiusplein in Leeuwarden, binnen een parkeerverbodszone aangeduid met E1-borden. Betrokkene stelde dat er geen E1-bord aanwezig was en dat het voertuig op privéterrein stond, niet op de rijbaan.

De kantonrechter oordeelde dat de binnenstad van Leeuwarden een parkeerverbodszone is die met E1-zoneborden is aangegeven op toegangswegen. Betrokkene had zijn rijroute kenbaar moeten maken en had niet aannemelijk gemaakt dat de bebording ontbrak of ondeugdelijk was. De plek waar het voertuig stond, was feitelijk een voor het openbaar verkeer openstaande weg, ondanks dat het privéterrein betreft, omdat de toegang niet was belemmerd.

Verder was de plek niet evident bestemd voor parkeren, in tegenstelling tot de naastgelegen parkeerplaatsen. De kantonrechter concludeerde dat de boete terecht was opgelegd en zag geen reden tot matiging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren in een E1-parkeerverbodszone wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272399249
zaaknummer: 11919520 BU VERZ 25-2135
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 2 juli 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats]
(gemachtigde: [naam]).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)’, verricht op 19 februari 2025, om 20:18 uur, op het Bonifatiusplein in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 2 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. K.S.L. Kattick.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert, onder verwijzing naar bijlagen, aan dat er geen E1-bord aanwezig is in de desbetreffende zone. Daarnaast zou een E1-bord betekenen dat er niet geparkeerd mag worden op de rijbaan. Uit het dossier en Google Maps blijkt dat het voertuig niet op de rijbaan stond, maar op het privéterrein van de kerk tussen een aantal parkeervakken in.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. Allereerst is van belang dat de pleeglocatie zich in de binnenstad van Leeuwarden bevindt. Dat is een parkeerverbodszone die is aangegeven met E1-zoneborden op de toegangswegen. Daarom mag van betrokkene worden verwacht dat hij zijn rijrichting of rijroute kenbaar maakt. [1] Omdat hij dit niet heeft gedaan, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de bebording niet aanwezig of niet deugdelijk was. De kantonrechter ziet daarom geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de bebording. Of het zonebord E1 al dan niet aan de kant van de weg stond waar het voertuig van betrokkene was geparkeerd, is niet relevant, nu binnen het hele centrum van Leeuwarden het zonebord E1 geldt.
7. Vervolgens dient te worden beoordeeld of de plek waar betrokkene stond geparkeerd een voor het openbaar verkeer openstaande weg betreft. [2] Daarvoor is niet bepalend van wie het terrein is. Uit vaste rechtspraak volgt dat het desbetreffende stuk grond tot de openbare weg behoort zolang dit voor een ieder toegankelijk is en de toegang niet feitelijk en op kenbare wijze is belemmerd. Dat kan bijvoorbeeld door een hek of een slagboom, al dan niet in samenhang met de plaatsing van borden "verboden toegang". [3] Nu het trottoir waar betrokkene heeft geparkeerd feitelijk voor het openbaar verkeer openstaat, is het aan te merken als een voor het openbaar verkeer openstaande weg. [4]
8. Ten slotte dient te worden beoordeeld of de parkeerverbodszone van toepassing is op de plek waar betrokkene zijn auto heeft neergezet. Hierbij is allereerst van belang dat het parkeerverbod, anders dan betrokkene meent, niet alleen van toepassing is op de rijbaan. [5] Binnen een parkeerverbodszone mag namelijk alleen op (evident) daarvoor bestemde weggedeelten worden geparkeerd. [6] De plek waar betrokkene zijn auto parkeerde, was niet evident bestemd voor parkeren. Dit blijkt duidelijk uit het contrast met de naastgelegen parkeerplaatsen, die wel voor parkeren bestemd zijn. Betrokkene stond een paar meter voor de trap naar de deur, in het midden van het pleintje, en niet op een evident voor parkeren bestemd weggedeelte. De gedraging kan daarom worden vastgesteld.
9. Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de boete terecht is opgelegd; hij ziet in de door betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding de boete te matigen dan wel op nihil te stellen. Hij zal het beroep ongegrond verklaren.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803, r.o. 8.
2.Zie artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, vaan de Wegenverkeerswet 1994.
3.Zie de arresten van de Hoge Raad van 16 januari 2001 (ECLI:NL:HR:2001) en 8 april 1997 (ECLI:NL:HR:1997). Zie daarnaast het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 2 februari 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:962).
5.Hof Arnhem-Leeuwarden 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803, r.o. 8.
6.Hof Arnhem-Leeuwarden, 14 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6642, r.o. 7.