Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2515

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
4 mei 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
C/18/24/242 F, C/18/24/295 F en C/18/26/1123-1124 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15b FwArt. 288 FwArt. 3 lid 1 Verordening 2015/848
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing omzettingsverzoek faillissement naar wettelijke schuldsaneringsregeling

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 4 mei 2026 uitspraak gedaan in de gecombineerde zaken van twee schuldenaren die in staat van faillissement waren verklaard. De schuldenaren verzochten om omzetting van hun faillissementen naar de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De curator bracht positief advies uit en de rechter-commissaris droeg de faillissementen voor opheffing.

De rechtbank oordeelde dat het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaren in Nederland ligt en dat zij gehuwd zijn in gemeenschap van goederen. De schulden bestonden voornamelijk uit zakelijke schulden uit de periode van de onderneming van een van de schuldenaren. Ondanks dat sommige schulden niet te goeder trouw waren ontstaan, kon de rechtbank geen verwijt maken aan de schuldenaren vanwege hun proactieve houding en medewerking.

De rechtbank wees het omzettingsverzoek toe en stelde het salaris van de curator vast. De schuldenaren kunnen tijdens de Wsnp een verzoek tot verkorting van de looptijd indienen. De faillissementskosten worden vastgesteld en voor zover publicatiekosten niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.

Uitkomst: Het omzettingsverzoek van faillissement naar wettelijke schuldsaneringsregeling wordt toegewezen en de faillissementen worden opgeheven.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Assen
zaaknummers: C/18/24/242 F, C/18/24/295 F en C/18/26/1123-1124 R

vonnis van 4 mei 2026

in de zaak van:
[schuldenaar ], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
voorheen handelend onder de namen [handelsnaam 1] en [handelsnaam 2],
destijds gevestigd te [adres], KvK-nummer [KvK nummer],
hierna te noemen [schuldenaar ]
en
[schuldenares], geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
hierna noemen [schuldenares],
hierna gezamenlijk te noemen de schuldenaren.

PROCESGANG

Bij vonnis van deze rechtbank van 6 augustus 2024 is [schuldenaar ] in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. H.J. Idzenga tot rechter-commissaris en aanstelling van
mr. R. de Vries tot curator.
Bij vonnis van deze rechtbank van 1 oktober 2024 is [schuldenares] in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. H.J. Idzenga tot rechter-commissaris en aanstelling van mr. R. de Vries tot curator.
De schuldenaren hebben een verzoekschrift ingediend tot opheffing van zijn faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
De curator heeft op 9 februari 2026 advies uitgebracht over het omzettingsverzoek.
In de faillissementen is op grond van artikel 15b Fw geen verificatievergadering gehouden.
De rechter-commissaris heeft bovengenoemde faillissementen op 16 maart 2026 voorgedragen voor opheffing.
Het verzoekschrift en de voordracht zijn behandeld op de zitting van 20 april 2026, alwaar de schuldenaren, de curator en mevrouw [naam], kantoorgenoot van de curator en werkzaam bij Trip Advocaten en Notarissen zijn verschenen.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Pro Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
Schuldenaren zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Uit het verslag van de curator is gebleken dat de totale schuldenlast van de schuldenaren alleen maar bestaat uit zakelijke schulden ontstaan in de jaren dat [schuldenaar ] een eigen onderneming had. De totale schuldenlast (preferente crediteuren en concurrente crediteuren) bedraagt € 271.456,00 en de boedelschulden € 7.899,27. [schuldenaar ] werkt fulltime en [schuldenares] ongeveer 32 uur per week. Op de schuldenlijst staan onder andere aanslagen omzetbelasting van de Belastingdienst over de jaren 2023 en 2024 voor een totaalbedrag van € 59.625,00 en aanslagen loonheffing van de Belastingdienst voor een totaalbedrag van € 48.539,00. De omzet en de liquiditeit van de eigen telecomwinkel, die [schuldenaar ] in Assen exploiteerde, was te laag om alle vaste lasten te kunnen blijven voldoen hetgeen de reden was dat [schuldenaar ] een eigen aangifte tot faillietverklaring heeft ingediend. De schuldenaren waren in het bezit van een eigen woning, die tijdens het faillissement is verkocht. De overwaarde is in de boedel gevloeid. De curator stelt zich op het standpunt dat de informatieplicht goed wordt nagekomen en dat de schuldenaren het inkomen boven het vrij te laten bedrag iedere maand hebben overgemaakt naar de boedelrekening en ziet geen beletselen om het faillissement om te zetten naar de Wsnp. Er wordt verzocht gelet op het feit dat de schuldenaren al tien maanden maandelijks het inkomen boven het vrij te laten bedrag afdragen de ingangsdatum van de eventueel uit te spreken Wsnp met tien maanden te vervroegen op basis van beantwoording van de prejudiciële vragen door de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2025:1279).
Ter zitting heeft [schuldenares] verklaard dat zij 28 uur per week werkt.
Mevrouw [naam] heeft op de zitting herhaald dat de schuldenaren goed hebben meegewerkt aan de afwikkeling van het faillissement en dat mevrouw [schuldenares] wel aanvullend heeft gesolliciteerd, maar dat daarmee niet meteen vaststaat dat er ook maximaal is afgedragen.
Als hun Wsnp een looptijd heeft van 18 maanden is dat geen issue voor de schuldenaren.

BEOORDELING

Op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b Faillissementswet (Fw) wordt een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn of haar schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. Bij de beoordeling daarvan kan de rechtbank rekening houden met alle omstandigheden, waaronder de aard en de omvang van de vorderingen, de mate waarin de schuldenaar een verwijt kan worden gemaakt dat de schulden zijn ontstaan of onbetaald gelaten alsmede het gedrag van de schuldenaar wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn een aantal schulden naar hun aard niet te goeder trouw ontstaan, maar aan de hand van de verklaringen ter zitting en de bevindingen van de curator is de rechtbank eveneens van oordeel dat de schuldenaren ten aanzien van het ontstaan van deze schulden geen verwijt kan worden gemaakt. De schuldenaren hebben zich tijdens het faillissement steeds proactief opgesteld en goed meegewerkt aan de afwikkeling daarvan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de schuldenaren de kans moet worden gegund om toe te werken naar een schuldenvrije toekomst. De rechtbank zal het omzettingsverzoek daarom toewijzen.
De rechtbank stelt vast dat de schuldenaren in eerste instantie een verzoek hebben ingediend om eerdere ingangsdatum te bepalen, of verkorting van de looptijd, maar dat zij daarop ter zitting zijn teruggekomen. De rechtbank zal om die reden niet tot beoordeling van dat verzoek overgaan. Dit laat onverlet dat de schuldenaren tijdens de Wsnp een verzoek tot verkorting van de looptijd aan de rechter-commissaris kunnen voorleggen wanneer daar alsnog aanleiding voor is.
De rechtbank zal het bedrag van de faillissementskosten en het salaris van de curator vaststellen. Voor zover de kosten van de in het faillissement bevolen publicaties niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.

BESLISSING

De rechtbank:
- heft bovenvermelde faillissementen op;
- stelt het salaris van de curator en de verschotten vast op € 32.372,48 exclusief omzetbelasting;
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van
[schuldenaar ], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres]
;
- spreekt de toepassing van de wettelijks schuldsaneringsregeling ten aanzien van
[schuldenares], geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats], wonende te [adres]
;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga en tot bewindvoerder
mevrouw [naam], gevestigd te [plaats], met als correspondentieadres
[adres], tel.nr. [telefoonnummer];
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaren gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. Klijn en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.