Eiser heeft vier verzoeken ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo). De minister stelde deze deels buiten behandeling wegens vermeend misbruik van recht en wees de bezwaren van eiser af. Eiser ging in beroep tegen deze besluiten.
Tijdens de procedure handhaafde de minister zijn standpunt niet langer, waardoor de rechtbank de beroepen gegrond verklaarde en de besluiten vernietigde. De rechtbank beval de minister binnen acht weken opnieuw te beslissen op de bezwaren.
Eiser verzocht tevens om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat in drie zaken de termijn nog niet was verstreken, maar in één zaak was de termijn met ruim vijf maanden overschreden. Daarom werd een forfaitaire vergoeding van € 500,- toegekend.
Het verzoek om een rechterlijke dwangsom te verbinden aan de nadere beslistermijn werd afgewezen, omdat de minister naar verwachting tijdig zal beslissen. De rechtbank veroordeelde de minister tot vergoeding van het griffierecht aan eiser.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars op 28 mei 2026.