ECLI:NL:RVS:2025:758
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
Appellant verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een schadevergoeding toe te kennen wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure. Deze procedure betrof een bezwaar- en beroepsprocedure tegen een besluit van het Instituut Mijnbouwschade Groningen.
De Afdeling overwoog dat de redelijke termijn voor een procedure bestaande uit bezwaar, beroep en hoger beroep in beginsel niet langer dan vier jaar mag duren. In deze zaak duurde de totale procedure van ontvangst van het bezwaarschrift op 3 juni 2020 tot de uitspraak van de Afdeling op 5 februari 2025 ruim vier jaar en acht maanden, waarmee sprake was van een overschrijding van bijna acht maanden.
De overschrijding werd toegerekend aan het Instituut Mijnbouwschade Groningen en de Afdeling zelf. De schadevergoeding werd forfaitair vastgesteld op € 1.000,00, waarvan € 428,57 voor rekening van het Instituut en € 571,43 voor rekening van de Staat der Nederlanden (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) kwam. Daarnaast werden proceskosten van in totaal € 522,28 verdeeld tussen beide partijen.
De Afdeling besloot het verzoek tot schadevergoeding toe te wijzen en veroordeelde beide partijen tot betaling van de respectievelijke bedragen aan appellant. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 26 februari 2025.
Uitkomst: Schadevergoeding van € 1.000,00 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure.