Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
1 januari 2022 tot en met 6 februari 2025 minimaal twaalf Woo-verzoeken heeft ingediend. Daarnaast heeft eiser eenzelfde aantal verzoeken ingediend op grond van de Wjsg en de AVG. In alle Woo-procedures zijn ingebrekestellingen verstuurd en beroepen niet tijdig beslissen aanhangig gemaakt. Tegen zes Woo-besluiten heeft eiser bezwaar gemaakt en tegen twee beslissingen op bezwaar is beroep ingesteld. Ook in de Wjsg- en AVG-verzoeken wendt eiser rechtsmiddelen aan. Voorts dient eiser niet alleen verzoeken in bij het Openbaar Ministerie maar ook bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (32 Woo-verzoeken). De hoeveelheid procedures, de onredelijke reikwijdte van de verzoeken, de korte periode waarbinnen de omvangrijke verzoeken worden ingediend, de onredelijke belasting voor de organisatie zonder dat dit een rechtmatig doel dient, het procedeergedrag van eiser en de hoeveel klachten en procedures met het oog op het verkrijgen van dwangsommen, leiden de minister tot de conclusie dat eiser niet het verkrijgen van publieke informatie nastreeft. Omdat op voorhand geen twijfel bestond over deze uitkomst is eiser terecht niet gehoord.
‘Indien de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie of indien het verzoek evident geen bestuurlijke aangelegenheid betreft, kan het bestuursorgaan binnen twee weken na ontvangst van het verzoek, dan wel onverwijld nadat is gebleken dat de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie, besluiten het verzoek niet te behandelen.’
Conclusie en gevolgen
Beslissing
uitspraak;
mr.K. Lenting, griffier.