Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2027

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
26/1257
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbArt. 8:82 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV tot betaling proceskosten na intrekking voorlopige voorziening

Verzoeker diende een verzoek om voorlopige voorziening in tegen een besluit van het UWV omtrent de betaling van een Ziektewetuitkering. Dit verzoek werd ingetrokken nadat het UWV op 20 april 2026 het bezwaar van verzoeker gegrond verklaarde en de uitkering met terugwerkende kracht hervatte.

De voorzieningenrechter stelde het UWV in de gelegenheid te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, maar het UWV reageerde niet. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan een bestuursorgaan in de proceskosten worden veroordeeld indien het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt aan het verzoek.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het UWV met het hervatten van de betaling aan het verzoek van verzoeker was tegemoetgekomen en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken. Daarom werd het verzoek om proceskostenveroordeling toegewezen en werd het UWV veroordeeld tot betaling van €934 aan verzoeker, gelijk aan de waarde van de ingediende proceshandeling.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €934 aan proceskosten na het gegrond verklaren van het bezwaar en intrekking van de voorlopige voorziening.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/1257

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 mei 2026 in de zaak tussen

[naam uit plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. P. Rijnsburger),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek om een voorlopige voorziening hangende zijn bezwaar tegen het besluit van het Uwv van 17 februari 2026.
1.1.
Verzoeker heeft het verzoek ingetrokken omdat het Uwv met het besluit van 20 april 2026 zijn bezwaar gegrond heeft verklaard en de betaling van de uitkering op grond van de Ziektewet (Zw) met terugwerkende kracht tot 19 januari 2026 heeft hervat.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op her verzoek van verzoeker om een proceskostenveroordeling. Het Uwv heeft hierop niet binnen de daarvoor gestelde termijn gereageerd.
1.3.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
3.1.
In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt. [3]
Is het Uwv aan het verzoek tegemoetgekomen?
4. Het Uwv is met het besluit van 20 april 2026 aan verzoeker tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoeker tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen. [4] Verzoeker heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. [5] Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden.
4.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het Uwv met het hervatten van de betaling van de Zw-uitkering aan het verzoek van verzoeker is tegemoetgekomen. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het Uwv in de proceskosten te veroordelen toe.
Welke kosten dient het Uwv te vergoeden?
5. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoeker heeft zich laten bijstaan door zijn gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 934,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het Uwv moet vergoeden € 934,- bedragen.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. De voorzieningenrechter wijst erop dat het Uwv het door verzoeker betaalde griffierecht kan vergoeden. [6] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het Uwv tot betaling van € 934,- aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M. Lammerts-Rannenburg, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.
3.Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.
4.Vergelijk CRvB 15 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3252.
5.Vergelijk ABRvS 12 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1930.
6.Dat staat in artikel 8:82, zesde lid, van de Awb.