De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening door Maatschap verzoekster tegen Gedeputeerde Staten van Fryslân, verweerder, over openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo). Het verzoek richt zich op milieu-informatie over handhavingsprocedures tegen stikstofuitstoot door 36 Friese ondernemingen.
Verzoekster betoogt dat openbaarmaking van locatiegegevens en bedrijfsinformatie leidt tot risico's op intimidatie, bedreiging, reputatieschade en concurrentienadeel. Zij beroept zich op diverse weigeringsgronden uit artikel 5.1 van de Woo, waaronder bescherming van persoonlijke levenssfeer en bedrijfsgegevens.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gevraagde informatie milieu-informatie betreft die emissies in het milieu betreft, waardoor de weigeringsgronden van artikel 5.1, eerste en tweede lid, niet van toepassing zijn. Ook een exceptieve toetsing leidt niet tot het buiten toepassing verklaren van deze wettelijke bepalingen. Het verzoek om opschorting van openbaarmaking wordt daarom afgewezen.
De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt niet in een eventueel bodemgeding. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.