Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 april 2026 in de zaak tussen
het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen, het college,
derde-partijheeft aan de gedingen deelgenomen
: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EEW Energy from Waste Delfzijl(EEW), gevestigd te Farmsum, vergunninghoudster,
Samenvatting
.Eiseressen krijgen gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
.Op 21 juni 2022 heeft het college de gevraagde vergunning verleend. Hiertegen is beroep ingesteld bij de Afdeling.
Beoordeling door de rechtbank
In afwijking van het eerste lid (hoeft) geen passende beoordeling te worden gemaakt, ingeval het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan, onderscheidenlijk project, of deel uitmaakt van een ander plan, voor zover voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project”. De rechtbank overweegt dat geen sprake is van een project dat een herhaling of voortzetting is van een project waarvoor eerder een passende beoordeling is gemaakt. Bij de passende beoordeling van de 3de lijn is op geen enkele wijze rekening gehouden met de uitbreiding met een vierde lijn. Overigens merkt de rechtbank op dat in de vergunning zelf staat “
Het voorliggende initiatief, namelijk het in bedrijf hebben van de vierde afvalverbrandigsinstallatie, is niet eerder passend beoordeeld in het kader van de Wnb.“