Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie
- de mondelinge behandeling van 24 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiser] .
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen huurder en verhuurder over de uitvoering van een vonnis in kort geding van 15 april 2025. Verhuurder had zonder overleg de woning betreden, sloten vervangen en bouwmaterialen achtergelaten, waarna huurder een kort geding startte. De kantonrechter veroordeelde verhuurder tot naleving van de huurovereenkomst en verwijdering van bouwmaterialen.
Verhuurder vordert staking van de executie van dwangsommen die huurder had opgelegd wegens vermeende niet-nakoming. De kantonrechter oordeelt dat verhuurder grotendeels aan het vonnis heeft voldaan en dat de dwangsommen ten onrechte zijn opgelegd. De vordering tot staking van de executie wordt daarom deels toegewezen met een gematigde dwangsom.
In reconventie vordert huurder verwijdering van bouwmaterialen uit de inpandige berging en herstel van gebreken zoals schimmel en ventilatieproblemen. De kantonrechter wijst de vordering tot verwijdering toe, omdat de berging integraal onderdeel is van de woning en verhuurder deze niet zonder toestemming mag gebruiken. De vordering tot herstel van gebreken wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en noodzaak van nader onderzoek.
De kosten van de procedure worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verhuurder moet executie dwangsommen staken en bouwmaterialen uit inpandige berging verwijderen; herstel gebreken afgewezen.