Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1375

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11794934 BU VERZ 25-1552
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • W.B. Jongsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 RVV 1990Art. 5.6.11 Regeling VoertuigenWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor onnodig geluid bromfiets

Betrokkene kreeg een boete van €219 opgelegd wegens het veroorzaken van onnodig geluid met een bromfiets op 6 oktober 2024 in Appingedam. De boete werd opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 6 maart 2026 voerde de gemachtigde van betrokkene aan dat het geluid niet onnodig was en dat het enkele feit dat het voertuig luid was onvoldoende bewijs vormt. Ook werd aangevoerd dat een aanvullend proces-verbaal ontbrak en dat de verbalisant niet had vastgesteld dat het geluid het normaal geaccepteerde niveau overschreed. Verder werd gesteld dat de bromfiets niet aan de permanente voertuigeisen voldeed, waardoor een meting had moeten plaatsvinden.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht voldoende is om de overtreding vast te stellen, tenzij concrete omstandigheden twijfel zaaien, wat hier niet het geval was. Uit de verklaring bleek dat de bromfiets meer geluid produceerde dan nodig, mede doordat de decibelkiller was verwijderd. Dit rechtvaardigde de sanctie voor onnodig geluid. De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen of te vernietigen en wees het beroep af zonder proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor onnodig geluid met de bromfiets wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269502662
zaaknummer: 11794934 BU VERZ 25-1552
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 6 maart 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken’, verricht op 6 oktober 2024, om 13:40 uur, op de Burgemeester Klauckelaan in Appingedam, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 219,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 6 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens Verkeersboete.nl en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Gemachtigde voert namens betrokkene aan dat betrokkene geen onnodig geluid heeft gemaakt. Gemachtigde stelt dat het enkele gegeven dat het voertuig een behoorlijk luid geluid maakt onvoldoende is om de gedraging vast te stellen, en verwijst daarbij naar een uitspraak van het hof. [1] Daarnaast stelt gemachtigde dat een aanvullend proces-verbaal in het dossier niet had misstaan. Ook benadrukt gemachtigde dat de verbalisant in het proces-verbaal niet heeft verklaard dat het geluid dat betrokkene maakte het normaal geaccepteerde geluid oversteeg. Daarnaast stelt gemachtigde dat de verbalisant in feite aangeeft dat de bromfiets niet voldoet aan de permanente voertuigeisen. Dit betekent dat artikel 5.6.11 van de Regeling Voertuigen van toepassing is en dat de verbalisant een meting had moeten verrichten. Tot slot verzoekt gemachtigde om vergoeding van de proceskosten.
3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat de gedraging kan worden vastgesteld.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Wij verbalisanten zagen dat betrokkene genoemde bromfiets bestuurde. Wij hoorden dat er een behoorlijk luid geluid uit de uitlaat van de bromfiets kwam. Wij zagen dat de decibelkiller uit de uitlaat was verwijderd. Hiermee produceerde de bromfiets meer geluid dan nodig, oftewel onnodig geluid. (…)
Verklaring betrokkene: ik heb de db killer in mij buddy seat.”
7. De gedraging betreft een overtreding van artikel 57 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Dit artikel is bedoeld om op te kunnen treden juist in die gevallen waarin een voertuig aan alle daaraan te stellen eisen voldoet, maar daarmee onnodig geluid gemaakt wordt. Onder onnodig geluid moet worden verstaan dat geluid dat sterker is dan het geluid dat het rijden met een naar de eisen van de tijd normaal ingericht voertuig onvermijdelijk veroorzaakt. [2]
8. De verklaring van de ambtenaar is voldoende voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat de bromfiets meer geluid dan nodig produceerde. Vanwege het door de ambtenaar geconstateerde harde geluid kan de gedraging worden aangemerkt als ‘onnodig geluid’.
9. Dat het geluid werd veroorzaakt doordat de decibelkiller was verwijderd, hetgeen ook een overtreding van de permanente voertuigeisen kan opleveren, betekent niet dat de ambtenaar geen sanctie kon opleggen voor de onderhavige gedraging. [3]
10. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. De kantonrechter zal het beroep ongegrond verklaren. Er is geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 oktober 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:8353.
2.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 november 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:9721.
3.Hof Arnhem-Leeuwarden 7 juni 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:4828.