ECLI:NL:GHARL:2023:4828

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 juni 2023
Publicatiedatum
7 juni 2023
Zaaknummer
Wahv 200.318.492/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 RVV 1990Artikel 2 Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie onnodig geluid veroorzaken door aangepaste uitlaat

Betrokkene werd gesanctioneerd voor het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig op 27 februari 2021 in Leeuwarden. De uitlaat van het voertuig was aangepast, wat leidde tot een hoger geluidsniveau dan normaal voor dit type auto. Betrokkene stelde dat het geluid technisch veroorzaakt werd en niet aan hem als bestuurder toe te rekenen was.

De kantonrechter mat de sanctie van €400 naar €250 en wees een proceskostenvergoeding toe voor het beroep bij de kantonrechter, maar niet voor de administratief beroep fase. Het hof oordeelde dat het onnodig geluid veroorzaken een gedragsregel is die los staat van de permanente voertuigeisen en dat de sanctie terecht was opgelegd.

Het hof vernietigde het besluit van de kantonrechter voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en kende ook vergoeding toe voor de administratief beroep fase, omdat betrokkene door de matiging van de sanctie in het gelijk was gesteld. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot vergoeding van in totaal €1.075,50 aan proceskosten.

Uitkomst: Sanctie voor onnodig geluid bevestigd, proceskostenvergoeding uitgebreid ten gunste van betrokkene.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.318.492/01
CJIB-nummer
: 239609516
Uitspraak d.d.
: 7 juni 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordNederland van 19 september 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking gewijzigd in zoverre dat het bedrag van de sanctie is bepaald op € 250,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 379,50. Het verzoek om wettelijke rente is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd voor: “als bestuurder van een motovervoertuig of als brom of snorfietser onnodig geluid veroorzaken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 februari 2021 om 20.48 uur op de Aldlânsdyk in Leeuwarden met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. De ambtenaar heeft bij staandehouding namelijk geconstateerd dat de uitlaat van het voertuig niet goed was. Daarmee lag het aan de techniek van het voertuig dat onnodig geluid is veroorzaakt en niet aan de betrokkene als bestuurder van het voertuig. Het had daarom op de weg van de ambtenaar gelegen om een boete uit te schrijven voor het hebben van een uitlaat die niet voldoende geluiddempend is, feitcode N110e.
3. De verweten gedraging betreft een overtreding van artikel 57 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), dat luidt: “Bestuurders van een motorvoertuig, bromfietsers en snorfietsers mogen met hun voertuig geen onnodig geluid veroorzaken.”
4. Uit vaste rechtspraak volgt dat bij de beoordeling of sprake is van het veroorzaken van onnodig geluid in de zin van het hierboven genoemde artikel, het normale, geaccepteerde, door dat motorvoertuig veroorzaakte geluid, als uitgangspunt wordt genomen.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag en hoorde de personenauto voornoemd optrekken vanaf het Drachtsterplein te Leeuwarden. Op de Aldlânsdyk hoor ik de auto veel meer geluid produceren dan de andere auto’s. Ik zag dat de auto sneller optrok dan het overige verkeer. Mij is bekend dat dit soort auto’s normaal gesproken weinig geluid produceren. Hierop heb ik het voertuig gevolgd en staande gehouden. Bij het gas loslaten hoorde ik de auto een soort ploffend geluid produceren. Bij de staandehouding bleek de auto te zijn voorzien van een dubbele roestvrijstalen uitlaatpijp. De einddempers waren niet voorzien van een E-keur en hadden een grote diameter en nauwelijks een dempende werking. Tevens was de middendemper verwijderd. Ik kon niet zien of de auto nog voorzien was van een katalysator. Door de aanpassingen aan de uitlaat in combinatie met het rijgedrag werd onnodig geluid geproduceerd. (…)
Verklaring betrokkene: Bij mijn weten is het een legale uitlaat. De katalysator en middendemper zitten er gewoon onder.”
6. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat sprake was van een aangepast uitlaatsysteem. Dit wordt door de (gemachtigde van de) betrokkene ook niet betwist. Daarnaast heeft de ambtenaar verklaard dat bij het loslaten van het gas het voertuig een soort ploffend geluid veroorzaakte en dat het voertuig van de betrokkene bij het optrekken veel meer geluid produceerde dan de andere auto’s, terwijl dit type auto’s (een Fiat 500) normaal gesproken weinig geluid produceert. Het geluid werd dus door de ambtenaar ervaren als beduidend meer geluid dan normaal. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de constatering van de ambtenaar.
7. In het arrest van dit hof van 23 juli 2018 (ECLI:NL:GHARL:2018:6729) heeft het hof overwogen dat artikel 57 van Pro het RVV 1990 een gedragsregel is, die verbiedt om een voertuig op zodanige wijze te gebruiken dat onnodig geluid wordt veroorzaakt en dat dit voorschrift en de uitleg daarvan door het hof niet zijn aan te merken als een uitbreiding op de permanente voertuigeisen in de Regeling voertuigen. Rijden met een voertuig waarvan de uitlaat is veranderd, waardoor geluidsnormen worden overschreden, kan ook een overtreding van permanente voertuigeisen opleveren. Dat betekent echter niet dat een ambtenaar geen sanctie kan opleggen voor onnodig geluid veroorzaken, wanneer hij constateert dat met een dergelijk voertuig op de openbare weg buitensporig geluid wordt gemaakt. Voertuigeisen en gedragsregels kunnen dan ook naast elkaar bestaan.
8. Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de hierboven onder 1. genoemde gedraging is verricht.
9. Verder voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter ten onrechte geen proceskosten-vergoeding voor de fase van het administratief beroep heeft toegekend.
10. Het hof stelt vast dat de kantonrechter het bedrag van de sanctie heeft gematigd van € 400,- tot € 250,-, omdat per 1 maart 2022 een lager sanctiebedrag van toepassing is bij de onderhavige gedraging. Omdat deze wijziging nog niet van kracht was in de fase van het administratief beroep heeft de kantonrechter alleen een proceskostenvergoeding toegekend voor de proceshandelingen die zijn verricht in de fase van beroep bij de kantonrechter.
11. Nu de betrokkene door de matiging van het bedrag van de sanctie in het gelijk is gesteld, bestaat, gelet op vaste jurisprudentie van het hof, ook aanleiding om de proceskosten te vergoeden voor de handelingen verricht in administratief beroep. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter in zoverre vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen.
12. Aan het indienen van een administratief beroepschrift en een beroepschrift bij de kantonrechter dienen in totaal twee punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 866,25 (= (1,5 x € 597,- x 0,5) + (1 x € 837,- x 0,5)).
13. De proceskosten gemaakt in hoger beroep komen ook voor vergoeding in aanmerking. Nu de betrokkene in hoger beroep slechts in het gelijk wordt gesteld ten aanzien van de hoogte van de proceskostenvergoeding, wordt de wegingsfactor 0,25 (zeer licht) toegepast. Voor het indienen van een hoger beroepschrift zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 209,25 (= 1 x € 837,- x 0,25).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij is beslist op het verzoek om een proceskostenvergoeding;
bevestigt de beslissing van de kantonrechter voor het overige;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.075,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.