Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1175

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/18/253211 /FT EA 26-33
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 42 FwArt. 2:9 BWArt. 2:19 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing eigen aangifte faillissement wegens misbruik van bevoegdheid

Op 23 februari 2026 diende [verzoeker] B.V. een eigen aangifte faillissement in bij de rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank behandelde het verzoek op 31 maart 2026, waarbij de bestuurders van de vennootschap aanwezig waren.

De rechtbank overweegt dat een faillissement bedoeld is om de curator in staat te stellen het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder schuldeisers. Indien de boedel leeg is, kan het faillissement worden opgeheven wegens gebrek aan baten, maar dit is op zichzelf geen reden om het verzoek af te wijzen. Afwijzing is alleen mogelijk bij misbruik van bevoegdheid, bijvoorbeeld wanneer de aanvrager weet dat de boedel leeg is en geen gerechtvaardigd belang heeft.

Uit de eigen aangifte en toelichting blijkt dat de boedel van [verzoeker] B.V. vrijwel geen activa bevat en dat er geen redelijke verwachting is dat activa kunnen worden gegenereerd, ook niet via wettelijke instrumenten zoals art. 42 Fw Pro of art. 2:9 BW Pro. Het doel van het faillissement, namelijk de verdeling van vermogen onder schuldeisers, kan daardoor niet worden bereikt. Bovendien hadden de bestuurders de mogelijkheid om een turboliquidatie (art. 2:19 BW Pro) te overwegen.

De rechtbank concludeert dat het bestuur de bevoegdheid tot faillietverklaring heeft misbruikt door een curator te belasten met werkzaamheden zonder vergoeding en zonder gerechtvaardigd belang. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat.

Uitkomst: Het verzoek tot eigen faillietverklaring van [verzoeker] B.V. wordt afgewezen wegens misbruik van bevoegdheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Assen
zaaknummer: C/18/253211 /FT EA 26-33
beschikking d.d. 2 april 2026
Op de eigen aangifte van:
[verzoeker] B.V., statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
kantoorhoudende te [adres] ,
KvK-nummer: [kvk-nummer] ,
strekkende tot faillietverklaring.

1.PROCESGANG

1.1.
Op 23 februari 2026 is ter griffie van deze rechtbank een verklaring ingediend van [verzoeker] B.V. inhoudende dat zij verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen, op grond waarvan wordt verzocht haar in staat van faillissement te verklaren.
1.2.
Het verzoek is behandeld op zitting van 31 maart 2026, waar de heren [de bestuurders] , hierna te noemen: de bestuurders, zijn verschenen.

2.RECHTSOVERWEGINGEN

2.1.
[verzoeker] B.V. heeft een verzoekschrift ingediend strekkende tot haar eigen faillietverklaring. Dit verzoek wordt door de rechtbank afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
2.2.
Het faillissement dient er mede toe dat de curator ten behoeve van de schuldeisers onderzoekt of en, zo ja, in hoeverre de schuldenaar verhaal biedt. Indien de boedel leeg blijkt, kan het faillissement worden opgeheven bij gebrek aan baten. De enkele omstandigheid dat de boedel leeg is of lijkt te zijn, is op zichzelf nog geen reden om een faillissementsverzoek af te wijzen. Daarvoor is vereist dat de faillissementsaanvraag is aan te merken als misbruik van bevoegdheid (ECLI:NL:HR:2017:3269 en ECLI:NL:HR:2015:3636). Daarvan kan sprake zijn als degene die het faillissement aanvraagt, op het moment van de aanvraag weet dat de boedel leeg is en geen voldoende gerechtvaardigd belang bij de aanvraag heeft, eventueel mede in verband met voor hem beschikbare alternatieven.
2.3.
Uit de eigen aangifte van [verzoeker] B.V. en uit de toelichting van de bestuurders ter zitting is gebleken dat sprake is van een boedel die (nagenoeg) geen activa omvat en dat er geen enkele aanleiding bestaat voor de verwachting dat in het faillissement, bijvoorbeeld met toepassing van art. 42 Fw Pro of art. 2:9 BW Pro, activa zullen kunnen worden gegenereerd. Het doel van een faillissement, te weten verdeling door de curator van het vermogen van de schuldenaar onder diens gezamenlijke schuldeisers, zal niet kunnen worden bereikt. Van enig rechtens te respecteren belang, van de vennootschap of van relevante derden, bij de faillissementsaanvraag is niet gebleken. Dat geldt temeer nu de bestuurders van [verzoeker] B.V. de weg van art. 2:19 BW Pro (turboliquidatie) hadden kunnen bewandelen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat (het bestuur van) de rechtspersoon de bevoegdheid aangifte tot faillietverklaring te doen – en daarmee de te benoemen curator te belasten met werkzaamheden zonder dat hij/zij hiervoor een vergoeding tegemoet kan zien – heeft misbruikt.
2.4.
De eigen aangifte tot faillietverklaring zal daarom worden afgewezen.

3.BESLISSING

De rechtbank:
3.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. van Gessel, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.