ECLI:NL:RBNNE:2026:1153
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tot opschorting ontruiming wegens minnelijk schuldhulpverleningstraject
Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis voor een periode van zes maanden te verbieden, omdat zij een minnelijk schuldhulpverleningstraject wil doorlopen. De rechtbank heeft het verzoek voorlopig toegewezen bij tussenvonnis en beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie nu de ontruiming per exploot is aangezegd.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die in haar woning wil blijven en haar schulden wil saneren, af tegen het belang van de verhuurder die het ontruimingsvonnis wil uitvoeren. Gezien de tijdige betaling van de huur en het lopende schuldhulpverleningstraject acht de rechtbank de opschorting noodzakelijk en gerechtvaardigd.
De voorziening geldt voor maximaal zes maanden vanaf het tussenvonnis van 20 januari 2026, met de voorwaarde dat de lopende huurverplichtingen tijdig en volledig worden nagekomen. De rechtbank bepaalt dat de voorziening vervalt bij intrekking van het verzoek tot schuldsanering of bij niet-nakoming van de huurverplichtingen. De schuldhulpverlener moet uiterlijk twee weken voor het einde van de voorziening verslag uitbrengen.
De rechtbank besluit de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis op te schorten en de huurovereenkomst te verlengen voor de duur van de voorziening. Een beslissing op het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt uitgesteld totdat het minnelijk traject is afgerond.
Uitkomst: De rechtbank schort de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis voor maximaal zes maanden op onder de voorwaarde dat de huur tijdig en volledig wordt voldaan.