Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het gebruik van een puntstuk bij het uitvoegen op de A28 te Hoogeveen op 15 augustus 2024. Betrokkene stelde dat hij niet over het puntstuk is gereden en overhandigde camerabeelden ter ondersteuning van zijn verweer. De officier van justitie wijzigde de feitcode van de boete, maar behield het boetebedrag.
De kantonrechter oordeelt dat de wijziging van de feitcode geen schending van verdedigingsbelangen oplevert en dat de hoorplicht niet is geschonden omdat betrokkene niet expliciet om een hoorzitting had verzocht. De verklaring van de verbalisant, ondersteund door de camerabeelden, vormt een voldoende grondslag om de overtreding vast te stellen.
Het verweer dat de camerabeelden niet duidelijk zouden aantonen dat betrokkene over het puntstuk reed, wordt verworpen. De kantonrechter verwijst naar een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden waarin is vastgesteld dat onder een puntstuk ook de witte strepen worden verstaan. Verweren tegen de hoogte van de administratiekosten en eventuele verhogingen door het CJIB worden eveneens afgewezen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskosten wordt afgewezen. Betrokkene wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van deze beslissing.