Eiser, eigenaar van een rijksmonumentale woonboerderij, diende een aanvraag in bij het Loket Opname Op verzoek (LOOV) voor inspectie van zijn woning vanwege mogelijke versterking. De aanvraag werd aanvankelijk goedgekeurd, maar later door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) afgewezen omdat de woning buiten de gemeenten ligt waarvoor versterking wettelijk is geregeld.
Eiser voerde aan dat ook mijnbouwactiviteiten buiten het versterkingsgebied, zoals trillingen vanuit het gasveld bij Annerveen, een rol spelen en dat er een acuut onveilige situatie (AOS) is vastgesteld. De NCG stelde dat de wettelijke taak beperkt is tot de genoemde gemeenten en dat de te verwachten seismiciteit op de locatie van de woning zeer laag is, zonder redelijk vermoeden van versterking.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd om de lage seismiciteit te betwisten en dat het AOS-inspectieverslag geen verband legt met bodembeweging door gaswinning. Ook het argument van strijd met het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat een foutieve gemeenteaanduiding bij de buurman niet tot gelijke behandeling leidt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit van de NCG in stand, waarbij eiser geen proceskostenvergoeding kreeg. De uitspraak werd gedaan door rechter A.W. Wassink op 12 december 2025.