ECLI:NL:RVS:2013:293
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving gebruik woninguitbreiding als zomerwoning in Bergen
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen legde appellant een dwangsom op om het gebruik van de woninguitbreiding als zomerwoning te beëindigen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep vernietigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college van 29 juni 2011. De Afdeling oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het gebruik van de woninguitbreiding als zomerwoning anders behandeld moet worden dan een vergelijkbare situatie met een atelierwoning waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.
Het college heeft vervolgens toegelicht dat de vergunning voor de atelierwoning ten onrechte is verleend en dat het die fout zal herstellen. De Afdeling stelt dat het college daardoor niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel handhavend hoeft op te treden tegen appellant. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college om het gebruik van de woninguitbreiding als zomerwoning te beëindigen wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.