ECLI:NL:RBNNE:2025:5545
Rechtbank Noord-Nederland
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Toekenning Wajong-uitkering en proceskostenvergoeding na intrekking beroep
In deze uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, gedaan op 19 december 2025, wordt het verzoek van verzoekster om een proceskostenvergoeding beoordeeld. Verzoekster had eerder beroep ingesteld tegen een besluit van het Uwv van 10 juli 2024, maar trok dit beroep in nadat het Uwv op 27 november 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar had genomen, waarbij aan verzoekster een Wajong-uitkering werd toegekend per 16 maart 2023. De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding, waarop het Uwv op 16 december 2025 heeft gereageerd. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder een zitting te houden, en doet uitspraak op basis van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster recht heeft op een proceskostenvergoeding, omdat het Uwv volledig aan haar beroep tegemoet is gekomen. De vergoeding is vastgesteld op € 907,- voor de rechtsbijstand door de gemachtigde van verzoekster, die een beroepschrift heeft ingediend. De rechtbank heeft echter geen aanleiding gezien om ook een vergoeding toe te kennen voor een ingediende reactie in repliek, omdat deze niet als zodanig kon worden aangemerkt. Daarnaast heeft de rechtbank vastgesteld dat het Uwv verplicht is om het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter P.G. Wijtsma, in aanwezigheid van griffier E.A. Ruiter, en is openbaar uitgesproken op 19 december 2025.