ECLI:NL:RBNNE:2025:496
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: minister moet private schuld overnemen op grond van hardheidsclausule Wht
Eiseres, een toeslagenouder, verzocht om overname van een private schuld van €10.800,00 aan haar ouders op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister wees dit af omdat de schuld niet voor 1 juni 2021 opeisbaar was, een vereiste volgens artikel 4.1, tweede lid, van de Wht.
De rechtbank oordeelt dat de uitleg van opeisbaarheid door de minister juist is, maar dat de minister ten onrechte geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule van artikel 9.1, tweede lid, van de Wht. De rechtbank stelt dat de maatschappelijke ontwikkelingen en het feit dat eiseres door ernstige fouten van de overheid financieel en emotioneel zwaar zijn getroffen, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
De rechtbank weegt mee dat eiseres onder moeilijke omstandigheden haar kinderen opvoedt, langdurig financieel klem zit en dat de schuld haar en haar kinderen belemmert een nieuwe start te maken. Daarom wijkt de rechtbank af van het wettelijke vereiste van opeisbaarheid en bepaalt dat de minister de schuld overneemt. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De minister moet de private schuld van €10.800,00 overnemen op grond van de hardheidsclausule van de Wht.