[eiser] Coöperatie vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. de gemeente te verbieden tot gunning over te gaan van haar gunningsbeslissing van 26 augustus 2025, dan wel de gemeente te gebieden de gunningsbeslissing in te trekken;
II. mocht de gemeente voornemens zijn om de opdracht i.c. toch te gunnen, de gemeente te gebieden de aanbestedingsprocedure opnieuw te doen;
III. in geval van een nieuwe aanbesteding de gemeente te gebieden haar inkoopbehoefte / de opdracht nauwkeurig te specificeren;
IV. in geval van een nieuwe aanbesteding de gemeente te gebieden de leden van de
oorspronkelijke beoordelingscommissie te vervangen door onafhankelijke ter zake kundige
leden, niet zijnde ambtenaren, leden van het College van Burgemeester en Wethouders of
leden van de gemeenteraad van de gemeente Westerkwartier;
V. in geval van niet nakoming van elk gebod of verbod dat de gemeente wordt opgelegd, de gemeente op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 5.000,- per dag, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, met een maximum van € 100.000,-, dan wel door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen maximum dwangsom;
VI. iedere andere passende voorziening te treffen die de voorzieningenrechter geraden acht;
VII. de gemeente te veroordelen in de kosten van onderhavige procedure en de nakosten van € 131,- dan wel indien betekening van het vonnis plaatsvindt van € 199,- met bepaling dat daarover wettelijke rente verschuldigde zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van het in deze te wijzen vonnis.