De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor twee gevallen van opzetaanranding en een poging tot opzetaanranding van drie verschillende vrouwen in Groningen in januari, april 2025. De feiten betroffen het onverhoeds vastpakken en betasten van de slachtoffers zonder hun toestemming, waarbij sprake was van opzet.
De rechtbank baseerde zich op verklaringen van de slachtoffers, een getuige, camerabeelden en politieprocessen-verbaal. De verdediging voerde vrijspraak aan wegens onvoldoende bewijs en ontzegging van verwijtbaarheid door niet-aangeboren hersenletsel (NAH), maar de rechtbank oordeelde dat het bewijs wettig en overtuigend was en dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was, niet volledig ontoerekeningsvatbaar.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het strafverzwarende bestanddeel dwang omdat onverhoeds handelen niet als dwang wordt aangemerkt onder de nieuwe wetgeving. Gezien de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder NAH en psychische problematiek, en de zorgmachtiging met klinische opname, legde de rechtbank een gevangenisstraf op van 43 dagen, gelijk aan het voorarrest.