ECLI:NL:RBNNE:2025:2766
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugsbezit en -handel
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester om de woning van verzoeker voor zes maanden te sluiten vanwege de aanwezigheid van hard- en softdrugs, een airsoftwapen, pepperspray en een groot geldbedrag. De politie trof bij een doorzoeking 2.400 xtc-pillen, 1.220 gram hennep, een airsoftwapen dat op een echt revolver leek, en € 11.350 aan contant geld aan. Verzoeker betwistte de sluiting en stelde onder meer dat de drugs niet van hem waren en dat hij niet wist van de aanwezigheid ervan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet, gezien de hoeveelheid drugs die duidt op handel. De maatregel is geschikt en noodzakelijk om de woning aan het drugscircuit te onttrekken en het woon- en leefklimaat te beschermen, mede gezien de ligging in een kwetsbare wijk met sociaaleconomische problemen.
Hoewel verzoeker stelde dat de maatregel onevenwichtig is vanwege het risico op dakloosheid en het ontbreken van verwijtbaarheid, achtte de voorzieningenrechter dit niet aannemelijk. Verzoeker droeg verantwoordelijkheid als huurder en had een persoon met antecedenten in huis. De burgemeester had ook hulpverleners ingeschakeld om verzoeker te ondersteunen. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de sluiting kan doorgaan, met een uitstel van twee weken voor het vinden van alternatieve woonruimte.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen en de sluiting kan doorgaan.