Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.a.[eiseres], gevestigd te [plaats], eiseres sub 1.a.,
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghoudster] gevestigd te [plaats], vergunninghoudster,
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het verlenen van een omgevingsvergunning milieu door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Fryske Marren aan vergunninghoudster voor het oprichten en in werking hebben van een grondgebonden geitenhouderij op een perceel te [plaats]. De rechtbank beoordeelde onder meer de m.e.r.-beoordeling, aanhaakplicht Wet natuurbescherming, geur, gezondheid en grondgebondenheid.
De rechtbank concludeert dat het college terecht heeft vastgesteld dat geen milieueffectrapport (MER) nodig is, mede omdat er geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten zijn die gezondheidsrisico's aantonen die een MER vereisen. Ook is de stikstofdepositieprocedure correct gescheiden van de omgevingsvergunningprocedure, en voldoet de geurbelasting aan de wettelijke normen. De bezwaren over gezondheidsrisico's, waaronder de verhoogde kans op longontsteking binnen twee kilometer, zijn onvoldoende onderbouwd met algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten.
Het beroep tegen het besluit van 21 januari 2025, waarbij aanvullende milieuvoorschriften zijn verbonden, is eveneens ongegrond omdat eiseressen geen inhoudelijke gronden hebben aangevoerd. Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de bouwfase is ingetrokken. De rechtbank wijst het beroep af en veroordeelt eiseressen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning milieu voor de grondgebonden geitenhouderij wordt ongegrond verklaard.