ECLI:NL:RBNNE:2025:2278
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens schending specifieke zorgplicht dassenburcht
Verzoekers zijn eigenaar geworden van een perceel met een dassenburcht en hebben daar werkzaamheden verricht die het college van GS aanleiding gaven een last onder dwangsom op te leggen wegens schending van de specifieke zorgplicht uit artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college bevoegd was tot het opleggen van de last onder dwangsom en dat er sprake is van een onmiskenbare overtreding van de zorgplicht. De last is voldoende duidelijk geformuleerd en de schending is aannemelijk gemaakt aan de hand van toezichtrapporten en ecologisch onderzoek.
Hoewel verzoekers bezwaar maken tegen de hoogte van de dwangsom en de reikwijdte van de last, vindt de voorzieningenrechter dat het college de motivering omtrent de dwangsom in bezwaar kan herstellen en dat de last niet verder gaat dan noodzakelijk is. De voorgenomen bouwwerkzaamheden worden niet geraakt door de last.
De voorzieningenrechter concludeert dat het spoedeisend belang aanwezig is, maar dat de gronden van verzoekers onvoldoende zijn om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wegens schending van de specifieke zorgplicht wordt afgewezen.