Uitspraak
1.De procesgang
2.2. De feiten
3.De vordering
4.Het geschil
5.De beoordeling
€ 14,35 € 33,50
€ 14,35 € 33,50
- salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten × € 204,-)
- nakosten
- totaal € 510,00.
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak vordert eiseres een lagere vaststelling van de servicekosten over 2020 en 2021 dan door de huurcommissie vastgesteld, met name gericht op de kosten van zonnepanelen, zonneboiler en tuinonderhoud. De huurcommissie had eerder de betalingsverplichting vastgesteld, maar eiseres betwist deze bedragen en vordert tevens vergoeding van legeskosten.
De kantonrechter overweegt dat zonnepanelen en zonneboiler niet als onroerend kunnen worden aangemerkt omdat zij niet wezenlijk zijn voor het functioneren van de woning en relatief eenvoudig te verwijderen zijn. Hierdoor kwalificeren deze installaties als roerende zaken en mogen de kosten als servicekosten worden doorberekend, tenzij sprake is van een evident onredelijk voordeel voor de verhuurder. Eiseres heeft onvoldoende gesteld om dat te bewijzen.
Met betrekking tot het tuinonderhoud oordeelt de kantonrechter dat het onderhoud van openbaar groen aan de voorzijde niet aan eiseres kan worden doorberekend, maar dat het onderhoud van de achtertuin wel kan worden toegerekend. De kosten worden daarom voor 20% toegerekend aan eiseres. De legeskosten worden deels toegewezen aan eiseres voor 2021, omdat het verschil in servicekosten groter is dan de drempel van €36,00. De proceskosten worden toegewezen aan gedaagde.
De kantonrechter stelt de betalingsverplichting voor de servicekosten vast op €496,15 voor 2020 en €1.353,32 voor 2021, veroordeelt gedaagde tot betaling van €25 aan legeskosten aan eiseres, en veroordeelt eiseres in de proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: De kantonrechter stelt de servicekosten en legeskosten vast conform de huurcommissie met correcties voor tuinonderhoud en veroordeelt eiseres in de proceskosten.