Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
hierna te noemen: [gefailleerde],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 26 maart 2025 het verzoek van de gefailleerde tot opheffing van zijn inbewaringstelling, die was bevolen wegens het niet voldoen aan zijn inlichtingenplicht volgens artikel 105 Faillissementswet Pro. De gefailleerde was sinds 21 maart 2025 in bewaring gesteld en had verzocht de maatregel te beëindigen, stellende dat hij bereid was de gevraagde informatie op het kantoor van de curator te overleggen.
De curator en rechter-commissaris stelden echter dat de gefailleerde nog steeds onvoldoende medewerking verleende, ontwijkende en zelfs onjuiste antwoorden gaf over transacties op een nieuwe bankrekening die hij na faillissement had geopend. De rechtbank overwoog dat de inbewaringstelling een vrijheidsbeperkende maatregel is die alleen gerechtvaardigd is indien het doel niet op minder ingrijpende wijze kan worden bereikt.
Gezien het gebrek aan vertrouwen dat de gefailleerde zijn verplichtingen zal nakomen bij invrijheidstelling, en zijn weigering essentiële informatie te verstrekken, oordeelde de rechtbank dat de inbewaringstelling moet voortduren. Tevens werd bepaald dat de verstrekte inlichtingen uitsluitend mogen worden gebruikt voor de afwikkeling van het faillissement, conform het arrest van de Hoge Raad van 24 januari 2014.
De rechtbank wees het verzoek tot opheffing van de inbewaringstelling af en bevestigde de voortzetting van deze maatregel totdat de gefailleerde voldoende medewerking verleent.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de inbewaringstelling wordt afgewezen en de maatregel blijft van kracht.