Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2024:1867

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
14 mei 2024
Publicatiedatum
14 mei 2024
Zaaknummer
10698620 CV EXPL 23-6002
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 1 onder c Elektriciteitswet 1998Art. 29 Elektriciteitswet 1998Wet normering buitengerechtelijke incassokostenBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding energiekosten door huurder voor illegale hennepplantage ondanks vrijspraak strafrechter

Enexis Netbeheer B.V. vordert betaling van kosten voor elektriciteit die buiten de meter om is afgetapt ten behoeve van een hennepplantage in een woning die door [gedaagde] werd gehuurd. Tijdens een inval in mei 2019 werd de hennepplantage ontdekt en bleek de elektriciteitsmeter gemanipuleerd.

Hoewel [gedaagde] strafrechtelijk is vrijgesproken van betrokkenheid bij de hennepplantage, stelt Enexis dat hij als contractuele afnemer en op grond van de Elektriciteitswet 1998 gehouden is de kosten te betalen. [gedaagde] betwist de vordering en stelt geen weet te hebben gehad van de hennepplantage en de illegale elektriciteitsafname.

De kantonrechter oordeelt dat de vrijspraak in de strafzaak niet afdoet aan de contractuele verplichting van [gedaagde] om te betalen voor de geleverde elektriciteit. De berekening van het energieverbruik is voldoende inzichtelijk en de zorgplicht van [gedaagde] om toezicht te houden op het verbruiksadres wordt benadrukt. Ook de bijkomende kosten en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de kosten en rente voor illegaal afgetapte elektriciteit en bijkomende kosten ondanks strafrechtelijke vrijspraak.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 10698620 CV EXPL 23-6002
Vonnis d.d. 14 mei 2024
inzake
Enexis Netbeheer B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te ‘s-Hertogenbosch,
eiseres, hierna Enexis te noemen,
gemachtigde mr. A.M. Takkenberg,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde, hierna [gedaagde] te noemen,
gemachtigde mr. S. de Vries.

1.De procesgang

1.1.
De procesgang blijkt uit het volgende:
- de dagvaarding van 29 augustus 2023 (met producties);
- de conclusie van antwoord van 14 november 2023 (met een productie);
- de conclusie van repliek van 13 december 2023;
- de conclusie van dupliek van 20 februari 2024 (met producties);
- de akte uitlating producties van Enexis van 5 maart 2024.
1.2.
Vonnis is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Enexis is leverancier van energie (gas en elektriciteit). Tussen Enexis en [gedaagde] is op 29 januari 2013 een overeenkomst (de leveringsovereenkomst) gesloten betreffende de aansluiting van en levering van elektriciteit en gas op het pand [het verbruiksadres], verder ‘het verbruiksadres’, waarvan [gedaagde] de huurder was.
2.2.
Op 14 mei 2019 vond een inval op het verbruiksadres plaats door een fraude-inspecteur van Enexis en een politieambtenaar. Daarbij werd door hen een hennepkwekerij aangetroffen. Verder werd door hen geconstateerd dat de elektriciteitsmeter (meetinrichting) in het pand was gemanipuleerd en beschadigd en dat buiten deze meter om, ten behoeve van de hennepkwekerij, elektriciteit werd afgetapt.
2.3.
Enexis heeft [gedaagde] voor het eerst op 21 mei 2019 aansprakelijk gesteld voor de door haar ten gevolge van deze illegale afname van elektriciteit geleden schade, door Enexis begroot op een bedrag van in totaal € 13.339,11, bestaande uit een bedrag van € 12.002,88 voor de buiten de elektriciteitsmeter afgenomen energie en een bedrag van € 1.099,15 voor de interne kosten die voor de afhandeling van deze kwestie door (medewerkers van) Enexis zijn gemaakt.
2.4.
[gedaagde] is op 19 april 2021 door de politierechter van deze rechtbank vrijgesproken van de hem tenlastegelegde feiten, eruit bestaande dat hij in de periode van 1 januari 2018 tot en met 14 mei 2019 - kort samengevat - opzettelijk een hennepkwekerij op het verbruiksadres aanwezig heeft gehad.

3.De vordering en het verweer

3.1.
Enexis vordert dat bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] wordt veroordeeld om aan Enexis te betalen een bedrag van € 14.438,26 vermeerderd met de wettelijke rente over € 13.339,11 vanaf 14 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, met de wettelijke rente over € 1.099,15 vanaf 29 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van de proceskosten, de nakosten en de wettelijke rente daarover.
3.2.
Het bedrag van € 14.438,26 kan als volgt worden gespecificeerd:
  • hoofdsom € 13.339,11
  • rente tot €
  • incassokosten € 1.099,15
  • betaald
€ 14.438,26.
3.3.
Enexis stelt in de kern genomen dat [gedaagde] zowel uit hoofde van de met hem (als huurder van het pand op het verbruiksadres) gesloten leveringsovereenkomst als uit hoofde van onrechtmatig handelen (maatschappelijke zorgvuldigheid) gehouden is de door Enexis aan het verbruiksadres geleverde elektriciteit te betalen, alsook de interne kosten die Enexis hiervoor heeft moeten maken. [gedaagde] is zowel op grond van de leveringsovereenkomst als op grond van artikel 1, lid 1 onder c van de Elektriciteitswet 1998 (e-wet) aan te merken als afnemer van de op het verbruiksadres geleverde elektriciteit. Enexis dient de kosten daarvan ook op grond van artikel 29 e-wet bij [gedaagde] in rekening te brengen. Voor zover dit als grondslag voor het gevorderde al niet zou volstaan, rustte op [gedaagde] een zorgplicht die inhield dat hij er voor diende te waken dat met de door Enexis ter beschikking gestelde zaken (aansluitingen en meetinrichting) geen ongeoorloofde handelingen zouden worden verricht waardoor Enexis schade zou kunnen lijden. Op dezelfde grondslag(en) moet [gedaagde] Enexis ook de door haar gemaakte interne kosten en de buitengerechtelijke incassokosten voldoen.
3.4.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Enexis in haar vorderingen althans tot afwijzing daarvan. Volgens [gedaagde] heeft hij niets van doen gehad met de exploitatie van de hennepkwekerij, hetgeen ook wordt bevestigd door zijn vrijspraak door de politierechter, en is hij niet op enige door Enexis gestelde grondslag gehouden de kosten van de geleverde elektriciteit te voldoen. Ook de schadebegroting van Enexis en de afzonderlijke schadeposten worden door [gedaagde] betwist.
3.5.
Waar nodig zal bij de beoordeling nader op de stellingen van partijen worden ingegaan.

4.De beoordeling

De op het verbruiksadres afgenomen elektriciteit

4.1.
De kantonrechter begrijpt de vorderingen van Enexis aldus - gelet op het gestelde in rn. 3.5. e.v. van de dagvaarding - dat door haar primair een beroep wordt gedaan op de contractuele (en ook wettelijke) verplichting van [gedaagde] om te betalen voor de door Enexis op het verbruiksadres geleverde elektriciteit, ook ingeval deze elektriciteit ‘buiten de meter’ om is afgetapt. Door dat niet (tijdig) te doen, is [gedaagde] volgens Enexis in de uitvoering van deze verplichting tekortgeschoten, in verzuim geraakt en daarom gehouden ook de (overige) door Enexis geleden schade te vergoeden.
4.2.
[gedaagde] heeft niet betwist dat de leveringsovereenkomst (die door Enexis niet in het geding is gebracht) voor hem als contractuele wederpartij van Enexis in beginsel de verplichting meebrengt de kosten voor de op het verbruiksadres geleverde elektriciteit te voldoen. Zijn verweer komt erop neer dat hij de elektriciteit niet zelf heeft afgenomen en dat hij er geen weet van heeft gehad dat zijn onderhuurder (waaromtrent hij verder geen gegevens heeft verschaft) buiten zijn medeweten in het pand een hennepplantage exploiteerde, de elektriciteitsmeter heeft gemanipuleerd en buiten deze meter om elektriciteit heeft afgenomen. Deze stellingen van [gedaagde] vormen echter als zodanig geen inzichtelijke en dus ook geen voldoende gemotiveerde betwisting van de stelling van Enexis dat hij als contractuele afnemer - uit hoofde van nakoming van zijn verplichtingen uit de leveringsovereenkomst - voor de op het verbruiksadres afgenomen elektriciteit moet betalen. Dat hij door de strafrechter is vrijgesproken van het hem tenlastegelegde feit doet daaraan niet af. De kantonrechter komt dan ook tot het oordeel dat [gedaagde] Enexis op grond van de leveringsovereenkomst voor de op het verbruiksadres geleverde elektriciteit moet betalen.
4.3.
Het door Enexis gevorderde bedrag van € 12.002,88 voor de op het verbruiksadres geleverde en niet betaalde elektriciteit, is gebaseerd op de bij de inval op 14 mei 2019 aangetroffen situatie en aanwezige goederen ter plaatse, zoals neergelegd in de lijst met inbeslaggenomen zaken deze door de politie is opgesteld. Enexis heeft haar berekening gebaseerd op het stroomverbruik van de aangetroffen apparatuur, de duur van een volledige hennepteelt (van 10 weken) en het geschatte aantal teelten. Het verweer van [gedaagde], inhoudende dat niet duidelijk is hoe het aantal teelten precies is berekend en er ook geen rekening is gehouden met de omstandigheid dat door de teler(s) tweedehandsspullen zijn gebruikt, wordt door de kantonrechter gepasseerd. Daargelaten dat zich niet laat verklaren hoe [gedaagde], die immers stelt van niets te (hebben) (ge)weten, dan wel weet heeft van het feit dat er voor de teelt tweedehandspullen zouden zijn gebruikt, kan de hoeveelheid afgenomen elektriciteit door Enexis achteraf slechts nog worden geschat en is de door haar overgelegde berekening als zodanig betrekkelijk uitvoerig en voldoende inzichtelijk. Enexis heeft ook de diverse indicatoren voor het aantal door haar berekende teelten benoemd en toegelicht. In het licht daarvan is de enkele betwisting van deze berekening door [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd.
De gevorderde bijkomende kosten
4.4.
Naast de geleverde elektriciteit vordert Enexis van [gedaagde] eveneens een bedrag van in totaal € 1.336,23 voor een achttal nader gespecificeerde kostenposten. Het betreft volgens Enexis de door haar bij fraude gehanteerde standaardtarieven, welke zijn aan te merken als redelijke kosten ter voorkoming en vaststelling van schade. De kantonrechter begrijpt dit aldus dat Enexis deze vordering weer primair baseert op het tekortschieten door [gedaagde] in zijn (contractuele) zorgplicht jegens Enexis: op grond van de leveringsovereenkomst diende hij ervoor zorg te dragen dat met de door Enexis ter beschikking gestelde zaken (meetinrichting) geen handelingen zouden (kunnen) worden verricht waardoor Enexis schade zou kunnen lijden.
4.5.
Ook ten aanzien van dit verwijt van Enexis volstaat [gedaagde] met de enkele stelling dat de illegale afname van elektriciteit niet aan hem is toe te rekenen, maar door (niet nader genoemde) derden heeft plaatsgevonden. Dit verweer van [gedaagde] slaagt niet. Zoals Enexis terecht heeft gesteld, rustte op [gedaagde] als contractuele wederpartij de zorgplicht om (tot op zekere hoogte) toezicht te houden op hetgeen zich op het verbruiksadres afspeelt, ook met betrekking tot de aanwezige elektriciteitsvoorzieningen. [gedaagde] dient te stellen en zo nodig te bewijzen dat de tekortkoming hem niet toerekenbaar is. Het blote - en verder op geen enkele wijze onderbouwde - verweer van [gedaagde] dat hij van niets wist, is daartoe onvoldoende.
4.6.
Ook het verweer van [gedaagde] dat de schadepost van € 412,90, die ziet op de schade bestaande uit de verzwaring van de zekeringen (door Enexis berekend op grond van de zogenaamde Captartarieven) slaagt niet. Ook hiervoor geldt dat de berekening daarvan door Enexis - meer in het bijzonder ook het aantal van 483 ‘fraudedagen’ - voldoende inzichtelijk is gemaakt en door [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd is betwist.
De buitengerechtelijke incassokosten
4.7.
Aan buitengerechtelijke incassokosten is door Enexis conform de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten (WIK) van [gedaagde] een bedrag van € 1.099,15 gevorderd.
4.8.
[gedaagde] heeft herhaald dat hij niets te maken heeft gehad met de hennepkwekerij en de daarmee gepaard gaande elektriciteitsafname en de verschuldigdheid en redelijkheid van deze kosten betwist.
4.9.
De kantonrechter zal de gevorderde buitengerechtelijke kosten toewijzen. Enexis heeft voldoende gesteld dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht en juist is ook haar stelling dat interne administratiekosten in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen (HR 16 oktober 1988, ECLI:NL:HR:1998:ZC2740). De gevorderde kosten zijn in overeenstemming met het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (BIK).
De wettelijke rente
4.10.
Ook de door Enexis over de hoofdsom en de bijkomende kosten gevorderde wettelijke rente vanaf 14 mei 2019 zal worden toegewezen. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij op die datum in verzuim is geraakt en zijn verweer dat Enexis zeer lang heeft gewacht met het aanhangig maken van de onderhavige procedure doet niet ter zake. Ook de rente over de buitengerechtelijke incassokosten vanaf de dag van dagvaarding zal worden toegewezen.
4.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Enexis worden begroot op:
  • dagvaarding € 107,84
  • griffierecht € 1.384,00
  • salaris gemachtigde € 812,00 (2 punten × € 406,00)
  • nakosten
  • totaal € 2.438,84
4.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Enexis te betalen een bedrag van € 13.339,11 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting ter zake van buitengerechtelijke incassokosten aan Enexis te betalen een bedrag van € 1.099,15 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.438,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met wettelijk rente hierover wanneer deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Kremer, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2024.