ECLI:NL:RBNNE:2024:1168
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. van der Heide
- F. Brekelmans
- M. Pelinck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde na te late stukken en onvoldoende onderbouwing restwaarden
Belanghebbende betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van een besloten woonvoorziening per 1 januari 2020. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde van €2.227.000, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €1.867.000 bepleitte. De rechtbank oordeelt dat noch de heffingsambtenaar, noch belanghebbende hun standpunten voldoende hebben onderbouwd.
De heffingsambtenaar baseerde zijn waardering op een taxatierapport met restwaarden afgeleid uit de Taxatiewijzer en twee referentieobjecten. De rechtbank vindt deze onderbouwing onvoldoende omdat de restwaarden niet correct zijn bepaald en geen rekening is gehouden met de levensduur van de objecten. Belanghebbende overlegt stukken pas ter zitting, wat strijdig is met de goede procesorde, en haar taxatierapport bevat geen onderbouwing van de gehanteerde restwaarden.
Gezien het ontbreken van voldoende bewijs stelt de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €2.100.000. Tevens kent de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €1.500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt zij de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank stelt de WOZ-waarde vast op €2.100.000 en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten.