Uitspraak
derde-partijenhebben aan het geding deelgenomen:
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft een last onder dwangsom opgelegd gekregen wegens het in gebruik nemen van een woning zonder duidelijkheid of deze voldoet aan het Bouwbesluit 2012, waarbij constructieve werkzaamheden zonder vergunning zijn verricht. Verzoeker betwist dat er sprake is van vergunningplichtige constructiewerkzaamheden en stelt dat de dwangsom onredelijk hoog is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het oude recht van toepassing is vanwege het overgangsrecht van de Omgevingswet. Uit de rapportages van toezichthouders blijkt dat er wel degelijk sprake is van constructieve wijzigingen, waaronder een nieuwe dragende balk en binnenmuur, waardoor een omgevingsvergunning vereist is. De last onder dwangsom is echter onjuist geformuleerd omdat het indienen van een vergunningaanvraag niet automatisch de overtreding opheft.
Verder is de hoogte van de dwangsom onvoldoende gemotiveerd en niet in redelijke verhouding tot het belang. Er is geen begunstigingstermijn verbonden aan de last, wat in strijd is met het wettelijke systeem. Daarom wordt het bestreden besluit geschorst tot zes weken na beslissing op bezwaar en wordt het griffierecht aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot oplegging van een last onder dwangsom wordt geschorst tot zes weken na beslissing op bezwaar.