Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2024 in de zaak tussen
[[1]], uit [woonplaats] ([[1]]),
[[2]].uit [woonplaats] ([[2]]) en de
[[3]]uit [woonplaats] ([[3]]),
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Uit de inschrijving in de Kamer van Koophandel en de website van [[1]], blijken de activiteiten te bestaan uit buurt- en clubhuiswerkzaamheden en samenlevingsopbouwwerk zoals het organiseren van een kinderspelweek, de sinterklaasintocht, samen eten, sportfaciliteiten, en het dorpshuis.
Het voorgaande betekent dat artikel 8:69a van de Awb in de weg staat aan vernietiging van de omgevingsvergunning wegens deze beroepsgrond. De rechtbank ziet daarom af van een verdere inhoudelijke bespreking van die grond.
De rechtbank ziet verder geen aanleiding om te oordelen dat artikel 8:69a van de Awb in de weg staat aan een beoordeling van de beroepsgronden van [[2]]. Nu de beroepsgronden van [[3]] en [[2]] gelijkluidend zijn en zij gezamenlijk procederen, ziet de rechtbank, in lijn met jurisprudentie van de Afdeling [3] , ervan af om ten aanzien van [[3]] te beoordelen of artikel 8:69a van de Awb in de weg staat aan vernietiging op grond van de mede namens haar ingediende gronden.
Het enkele feit dat vergunninghouder in het participatieplan bij de aanvraag heeft voorgesteld om financieel te participeren middels een gebiedsfonds, is onvoldoende om te kunnen stellen dat vergunninghouder voldoende inspanningen heeft geleverd om te komen tot gedeeld lokaal eigendom of 50% mede-eigenaarschap en dat voldaan wordt aan het gemeentelijk beleid. Het besluit is op dit punt onvoldoende gemotiveerd. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 3:46 van Pro de Awb.
Het beroep slaagt.
De rechtbank is, gelet op de nadere motivering van vergunninghouder, van oordeel dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat gedeeld lokaal eigendom of 50% mede-eigenaarschap niet haalbaar is voor zonnepark [naam] en dat daarom conform het gemeentelijk beleid, lokale participatie in de vorm van een bijdrage aan het gebiedsfonds kan plaatsvinden.