ECLI:NL:RBNNE:2023:850
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning per 1 januari 2020
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaande woning, gelegen aan een adres, met een gebruiksoppervlakte van 182 m² en een inhoud van 746 m³, inclusief een inpandige garage en een tuinhuis, met een kaveloppervlakte van 785 m². De waarde was vastgesteld op €558.000 per 1 januari 2020, waartegen eiseres een lagere waarde van €520.000 stelde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, voldoende aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet hoger was dan de waarde in het economische verkeer. Dit werd onderbouwd met een waardematrix waarin vergelijkingsobjecten waren opgenomen die qua soort, bouwperiode en ligging vergelijkbaar waren met de onroerende zaak, waaronder objecten aan vaarwater.
Eiseres betoogde dat onvoldoende rekening was gehouden met verschillen in perceeloppervlakte, wooninhoud, marktontwikkelingen en het afnemend grensnut, en dat de WOZ-waarde ten opzichte van het voorgaande jaar onverklaarbaar was gestegen. De rechtbank verwierp deze bezwaren, onder meer omdat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele verkoopcijfers en eerdere waardes niet relevant zijn.
De rechtbank concludeerde dat de gehanteerde vergelijkingsobjecten passend waren en dat de waardering zorgvuldig was uitgevoerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €558.000 per 1 januari 2020 wordt ongegrond verklaard.