Uitspraak
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghouder] gevestigd te [plaats], vergunninghouder,
- bouwen;
- het veranderen of het veranderen van de werking van de inrichting (milieu);
- natuur (fysieke leefomgeving).
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 9 februari 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van een zeugenstal en tussenbouw op een perceel te [plaats]. Eisers betoogden dat de vergunning onterecht was verleend, met name vanwege een onjuiste verklaring van geen bedenkingen (vvgb) door het college van gedeputeerde staten (GS) en gebreken in de geur- en stikstofemissieberekeningen.
De rechtbank oordeelde dat het relativiteitsvereiste terecht werd tegengeworpen voor zover eisers zich beroepen op de Wet natuurbescherming (Wnb) met betrekking tot het Natura 2000-gebied, omdat dit gebied niet deel uitmaakt van hun directe woon- en leefomgeving. De rechtbank stelde vast dat het college van GS niet kon volstaan met een verwijzing naar emissiefactoren uit de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) zonder eigen beoordeling van de werking van de luchtwassers. De brief van GS waarin de vvgb werd ingetrokken mocht niet als grondslag voor het besluit worden gebruikt.
Voorts was het controlevoorschrift voor geluid niet onjuist, maar de geurberekening was niet deugdelijk gemotiveerd en niet tijdig overgelegd conform het wettelijk voorgeschreven V-Stacksmodel. De rechtbank vernietigde het besluit ook op deze grond. Ten aanzien van de volksgezondheid was niet aannemelijk gemaakt dat de vergunning uit voorzorg geweigerd moest worden. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en beval hernieuwde besluitvorming met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak.