ECLI:NL:RBNNE:2023:2428
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende schending onpartijdigheid ongegrond verklaard
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Noord-Nederland, stellende dat de toelating van een deskundige tot de zitting zonder tijdige mededeling in strijd was met artikel 8:60 Awb Pro en dat hierdoor het vertrouwen in onpartijdige rechtspraak was geschaad.
De rechters verweerden zich door te stellen dat de toelating van de deskundige een procesbeslissing betrof waartegen geen wrakingsgrond bestaat en dat er geen aanwijzingen waren voor vooringenomenheid. De wrakingskamer toetste het verzoek aan artikel 8:15 Awb Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij zij benadrukte dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek zich richtte op procesbeslissingen die niet als wrakingsgrond kunnen dienen en dat verzoekers geen aanvullende feiten of omstandigheden hadden aangevoerd die objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Ook het besluit van de rechters om het onderzoek niet te heropenen werd als procesbeslissing beoordeeld en niet als wrakingsgrond geaccepteerd.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond en bepaalde dat de procedure wordt voortgezet in de stand zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.