ECLI:NL:RBNNE:2022:4358

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 november 2022
Publicatiedatum
22 november 2022
Zaaknummer
22-3516
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:86 AwbArt. 8:87 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke opheffing schorsing besluiten natuurcompensatiegebied Suikerzijde

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft op 15 november 2022 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke voorlopige voorziening (zaaknummer LEE 22/3516).

Verzoeksters, waaronder de Natuur en Milieufederatie Groningen, hadden verzocht om gedeeltelijke opheffing van de schorsing die eerder was uitgesproken op besluiten van het college van Gedeputeerde Staten van Groningen. Deze besluiten betroffen het verlenen en weigeren van ontheffingen op grond van de Wet Natuurbescherming voor de realisatie van de woonwijk Suikerzijde en de aanleg van een natuurcompensatiegebied in leefgebied van weidevogels.

De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeksters en derde belanghebbende (het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen) overeenstemming hadden bereikt over de uitvoering van werkzaamheden rond de waswatervijver. Gezien de instemming van het college en de derde belanghebbende werd het verzoek tot gedeeltelijke opheffing van de schorsing toegewezen, zodat de werkzaamheden conform het ecologisch werkprotocol kunnen worden uitgevoerd.

De werkzaamheden omvatten onder andere het verwijderen van beton en damwanden, het vullen met grond, en het aanvoeren van zand en machines, met als doel de demping van de waswatervijver vóór het broedseizoen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De schorsing van besluiten wordt gedeeltelijk opgeheven zodat werkzaamheden aan de waswatervijver mogen worden uitgevoerd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 22/3516
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 november 2022 als bedoeld in artikel 8:87 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek van

Natuur en Milieufederatie Groningen e.a , uit Groningen, verzoeksters

(gemachtigde: [naam] ),
en

Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen (het college)

(gemachtigde: S. van Winzum).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen (derde belanghebbende)
(gemachtigde: mr. R. Snel).

Inleiding

1.1
In deze uitspraak beslist de voorlopige voorzieningenrechter op het verzoek van verzoeksters om gedeeltelijke opheffing van de bij uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 juli 2022 (ECLI:NL:RBNNE:2022:2385) getroffen voorlopige voorziening. In deze uitspraak heeft de voorzieningenrechter de besluiten van het college van 14 september 2021, 21 december 2021 en 13 april 2022, tot het deels verlenen en het deels weigeren van ontheffingen op grond van de Wet Natuurbescherming (Wnb) ten behoeve van het realiseren van de woonwijk de Suikerzijde en de aanleg van een natuurcompensatiegebied in leefgebied van weidevogels, geschorst.
1.2
Derde belanghebbende en het college hebben reacties ingediend op het verzoek van verzoeksters om gedeeltelijke opheffing van de schorsing.
1.3
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, Awb, uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2.1
Ingevolge artikel 8:87, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, ook ambtshalve, een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.
Ingevolge artikel 8:87, tweede lid, van de Awb zijn de artikel 8:81, tweede, derde en vierde lid, en 8:82 tot en met 8:86 van overeenkomstige toepassing. Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan een verzoek om opheffing of wijziging eveneens worden gedaan door een belanghebbende die door de voorlopige voorziening rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen, door het bestuursorgaan of door het beroepsorgaan.
2.2
Verzoeksters hebben aan hun verzoek om opheffing van de schorsing – voor zover van belang - ten grondslag gelegd dat met derde belanghebbende overeenstemming is bereikt in die zin dat verzoeksters instemmen met de uitvoering van werkzaamheden in en rond de waswatervijver, zoals beschreven in de bijlage (Dempen waswatervijver), mits die werkzaamheden plaatvinden in de komende periode tot aan het broedseizoen. Verzoeksters hebben daarom verzocht om de bij uitspraak van 8 juli 2022 getroffen voorziening – voor zover nodig – op te heffen waar het de werkzaamheden betreft die zijn aangeduid en beschreven in de bijlage (Dempen waswatervijver) bij het verzoek om opheffing van de schorsing. Deze werkzaamheden betreffen:
  • Aanbestedingstraject (ca. 2 maanden)
  • Start uitvoering januari / februari 2023
  • “Droog” voor begin broedseizoen
  • Verwijderen beton en damwanden
  • Vullen met grond uit hogere deel van het gebied
  • Uitvoeringstijd ca. 2 à 3 maanden
  • Aanvoer machines eenmalig vanaf Johan van Zwedenlaan (blijven op locatie tijdens werkzaamheden)
  • Aanvoer zand landhoofd brug (ca. 2.000 m³, ca. 100 ladingen in 2 weken); aanvoer vanaf Johan van Zwedenlaan voorafgaand aan start broedseizoen
  • Ecologisch werkprotocol
2.3
Het college en derde belanghebbende hebben in hun reacties aangegeven in te stemmen met het verzoek om het gedeeltelijk opheffen van de schorsing.
2.4
Gelet op de reacties van derde belanghebbende en het college ziet de voorzieningenrechter, in het kader van de belangenafweging, aanleiding om het verzoek om gedeeltelijke opheffing van de bij uitspraak van 8 juli 2022 (ECLI:NL:RBNNE:2022:2385) uitgesproken schorsing van de besluiten van 14 september 2021, 21 december 2021 en 13 april 2022 toe te wijzen in die zin dat het derde belanghebbende wordt toegestaan om de werkzaamheden als genoemd in rechtsoverweging 2.2 en in de bijlage (dempen waswatervijver) uit te voeren.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek tot het gedeeltelijk opheffen van de bij uitspraak van 8 juli 2022 (ECLI:NL:RBNNE:2022:2385) uitgesproken schorsing van de besluiten van 14 september 2021, 21 december 2021 en 13 april 2022 toe in die zin dat het derde belanghebbende wordt toegestaan om de werkzaamheden genoemd onder rechtsoverweging 2.2 en in de bijlage (Dempen waswatervijver) uit te voeren.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.L. Vucsán, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.K. Heiting, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 november 2022.
griffier
Voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.