ECLI:NL:RBNNE:2022:37
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke aanstelling medewerker DJI wegens niet-melden privérelatie en niet delen informatie contrabande
Eiseres was sinds december 2017 tijdelijk aangesteld bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Zij woonde vanaf september 2018 samen met een collega, met wie zij een intensieve privérelatie had, maar deze relatie meldde zij niet aan haar werkgever. Daarnaast verstrekte zij onjuiste informatie over deze relatie en deelde zij informatie over het invoeren van contrabande door collega’s niet tijdig met de juiste personen.
Verweerder beëindigde op 4 september 2019 de tijdelijke aanstelling van eiseres op grond van artikel 95, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR). Het bezwaar van eiseres werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de redelijke eisen van integriteit en betrouwbaarheid die aan een DJI-medewerker worden gesteld.
De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende openheid van zaken gaf over haar relatie en de risico’s daarvan voor het werk en de onderlinge verhoudingen binnen het team. Ook het niet tijdig delen van informatie over contrabande werd haar zwaar aangerekend. De rechtbank vond dat verweerder in redelijkheid tot beëindiging van het dienstverband had kunnen besluiten omdat het vertrouwen in eiseres onherstelbaar was beschadigd.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de tussentijdse beëindiging van de tijdelijke aanstelling is ongegrond verklaard.