ECLI:NL:RBNNE:2022:36
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke aanstelling medior medewerker arbeid wegens niet melden privérelatie en niet delen informatie contrabande
Eiser was sinds 1 juli 2018 tijdelijk aangesteld als medior medewerker arbeid bij de Penitentiaire Inrichting (PI). Hij woonde vanaf september 2018 op hetzelfde adres als een collega, met wie hij een intensieve vriendschappelijke privérelatie had. Verweerder beëindigde de tijdelijke aanstelling van eiser per 5 september 2019, omdat eiser deze relatie niet had gemeld, onjuiste informatie had verstrekt over de relatie en informatie over het invoeren van contrabande niet tijdig had gedeeld.
Na bezwaar verklaarde verweerder dit ongegrond, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan in redelijkheid tot het ontslagbesluit was gekomen, mede gezien de hoge integriteitseisen binnen DJI en het feit dat eiser onvoldoende openheid van zaken gaf over zijn relatie en informatie over contrabande achterhield.
De rechtbank nam geen kennis van het integrale onderzoeksrapport vanwege vertrouwelijkheid en het ontbreken van toestemming van eiser. Het eerdere strafontslag van eiser werd buiten beschouwing gelaten. De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de redelijke eisen van zijn functie en dat het vertrouwen onherstelbaar was beschadigd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de tussentijdse beëindiging van de tijdelijke aanstelling wordt ongegrond verklaard.