ECLI:NL:RBNNE:2021:3979
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering heffingskortingen na wijziging aanslag fiscaal partner is gerechtvaardigd
Eiseres heeft voor het jaar 2015 een fiscaal partner die in het buitenland werkt en een buitenlands inkomen heeft aangegeven in haar aangifte IB/PVV 2015. Verweerder legde aan eiseres een aanslag op waarbij heffingskortingen werden uitbetaald, gebaseerd op de toen geldende aanslag van haar fiscaal partner. Later werd de aanslag van de fiscaal partner verminderd tot nihil na bezwaar, waardoor eiseres geen recht meer had op de uitbetaalde heffingskortingen. Verweerder legde daarop een navorderingsaanslag op aan eiseres.
Eiseres stelde dat sprake was van ambtelijk verzuim omdat verweerder zonder nader onderzoek afweek van haar aangifte en dat er geen nieuw feit was dat navordering rechtvaardigde. De rechtbank oordeelde dat verweerder bij het vaststellen van de aanslag mocht uitgaan van de juistheid van de aangifte van eiseres en niet verplicht was het dossier van de fiscaal partner te raadplegen. De vermindering van de aanslag van de fiscaal partner vormde een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en bevestigde dat de navorderingsaanslag inclusief belastingrente terecht is opgelegd. Er was geen sprake van ambtelijk verzuim en de navordering was tijdig en correct. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslag op eiseres is terecht opgelegd omdat de vermindering van de aanslag van haar fiscaal partner een nieuw feit vormt dat navordering rechtvaardigt.