Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 6 januari 2021,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling en descente van 26 april 2021,
- de reactie op het proces-verbaal van [eiseres] van 14 mei 2021.
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak vordert eiseres dat de rechtbank oordeelt dat BB onrechtmatig handelt door inbreuk te maken op een erfdienstbaarheid en onrechtmatige hinder veroorzaakt door een verbouwing. Eiseres stelt dat de verbouwing het gebruik van een nooddeur onmogelijk maakt en dat er hinder is door verminderde lichtinval, privacyverlies en geluidsoverlast. BB betwist onrechtmatig handelen en voert aan dat afspraken zijn gemaakt over het verwijderen van de nooddeur en dat zij de vergunningsvoorschriften naleeft.
De rechtbank oordeelt dat BB onrechtmatig handelt door inbreuk te maken op de erfdienstbaarheid, maar dat deze verbintenis is komen te vervallen door afstand van recht door eiseres. De stellingen over onrechtmatige hinder worden niet voldoende onderbouwd en de hinder wordt niet als onrechtmatig aangemerkt. De ruimte tussen de panden wordt niet als balkon in de zin van de wet beschouwd. De opheffing van de erfdienstbaarheid wordt toegewezen omdat het gebruik ervan onmogelijk is geworden.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De vorderingen in conventie worden afgewezen, de opheffing in reconventie wordt toegewezen en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vorderingen in conventie worden afgewezen, opheffing van de erfdienstbaarheid wordt toegewezen, proceskosten worden gecompenseerd.