Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partijen
1. [slachtoffer 1], met een bedrag van € 250,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
2. [slachtoffer 2], met een bedrag van € 1.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
3. [slachtoffer 3], met een bedrag van € 413,48 ter vergoeding van materiële schade en € 550,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Vorderingen na voorwaardelijke veroordeling
Toepassing van wetsartikelen
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden.
[slachtoffer 1]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 250,00(zegge: tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2021.
[slachtoffer 1], te betalen een bedrag van € 250,00 (zegge tweehonderdvijftig euro), te verhogen met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2021. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
[slachtoffer 2]af.
[slachtoffer 3]toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van €
963,48(zegge: negenhonderddrieënzestig euro en achtenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2021.