Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 7 mei 2021 in de zaken tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2015 tot een aanslag – zoals deze reeds is vastgesteld bij de verminderingsbeschikking – berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 168.767 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 9.852;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2016 tot een aanslag – zoals deze reeds is vastgesteld bij de verminderingsbeschikking – berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 181.451 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 9.870;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2017 tot een aanslag – zoals deze reeds is vastgesteld bij de verminderingsbeschikking – berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 38.997 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 2.625;
- vermindert de bij de aanslagen IB/PVV 2015, 2016 en 2017 in rekening gebrachte belastingrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 aan eiser te vergoeden;
- wijst het verzoek om materiële en immateriële schadevergoeding af.