Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 december 2020 in de zaak tussen
het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân, verweerder,
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [belanghebbende]
Rechtbank Noord-Nederland
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân verleende een vergunning voor de wijziging van een melkrundveehouderij die stikstofdepositie veroorzaakt op Natura 2000-gebieden. Eisers stelden dat de vergunning onrechtmatig was omdat de passende beoordeling die aan het Programma Aanpak Stikstof (PAS) ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen van artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is vastgesteld dat de passende beoordeling van het PAS niet voldoet aan deze eisen. Daarnaast is de uitzondering op de vergunningplicht voor het weiden van vee in strijd met de Habitatrichtlijn en daarom onverbindend.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit en het primaire besluit in strijd zijn met artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming en vernietigt het besluit. De rechtbank treedt zelf in de zaak en herroept het primaire besluit, waarbij verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de juiste passende beoordeling. Tevens worden de proceskosten en kosten in bezwaar aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en het primaire besluit worden vernietigd en herroepen wegens strijd met de Habitatrichtlijn en Wet natuurbescherming.