Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Letselbeschrijving naar aanleiding van persoonlijk lichamelijk onderzoek
Lichaamsdeel: linker onderarm aan de strekzijde juist distaal van het ellebooggewricht een genezen wond met scherpe randen met een lengte van 2 cm, verticaal verlopend. Hieronder is een zwelling voelbaar met een afmeting van 3 cm lang en 1 cm breed, niet pijnlijk bij palpatie.
Soort verwonding: een diepe genezen wond, uitlopend in een oppervlakkige wond.
Soort verwonding: een diepe nog niet genezen wond.
Na het incident op 26 maart 2020, geeft [verdachte] aan dat hij zelf gestoken heeft. De diverse chatgesprekken (samenvatting) worden hieronder weergegeven:
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
in beginselhet met kracht toebrengen van een diepe, potentieel dodelijke steekwond niet in verhouding staat tot een aanval met blote handen dan wel vuisten. Blijkens het arrest van 26 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:434 had het gerechtshof een beroep op noodweer verworpen op grond dat het steken met een mes in de borststreek van het slachtoffer niet in redelijke verhouding stond tot een aanval met blote handen/vuisten, en omdat de verdachte niet eerst had gepoogd een minder verstrekkend verdedigingsmiddel toe te passen. De Hoge Raad achtte echter dat oordeel van het gerechtshof niet zonder meer begrijpelijk. In dit geval kreeg verdachte een enorme klap. Uit de beelden blijkt ook dat [slachtoffer] agressief was en harde klap(pen) en trappen uitdeelde. [slachtoffer] stond terwijl verdachte op de grond zat. Onder deze specifieke omstandigheden, mede gezien de wijze waarop verdachte het voorwerp gebruikte en de locatie waar hij [slachtoffer] raakte, is dat niet direct disproportioneel.
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
Een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen.
een gedeelte, groot 120 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Benadeelde partij
[slachtoffer]niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.