ECLI:NL:RBNNE:2020:1622
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde agrarisch bedrijf met inklinkende grond
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een agrarisch bedrijf met woning en diverse opstallen, gelegen op een perceel van 5.500 m². De waardepeildatum is 1 januari 2017. De gemeente stelde de waarde vast op € 272.000, na bezwaar verlaagd tot € 240.000. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van € 195.000 voor, onder meer vanwege inklinking van de grond en de staat van de woning.
De rechtbank stelt vast dat de gemeente een afslag van 10% toepaste op de grondwaarde vanwege inklinking, wat neerkomt op circa € 10.000 waardevermindering. De rechtbank oordeelt dat hiermee voldoende rekening is gehouden met het waardedrukkende effect. De door eiser genoemde ophogingskosten van circa € 25.000 zijn onvoldoende onderbouwd en kunnen niet integraal in mindering worden gebracht.
Ten aanzien van de woning heeft de gemeente de laagste kwaliteitsfactor toegepast en een extra afslag van 10%, resulterend in een prijs per m³ van € 150. De rechtbank acht dit een redelijke waardering en wijst de hogere afslag van eiser af wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank concludeert dat de gemeente heeft voldaan aan de bewijslast dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 240.000 wordt ongegrond verklaard.