Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1 (X)] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
(lees: [gedaagden] , aanvulling rechtbank)over de mogelijkheid van een nieuwe haakse overweg en het amoveren van de woning. Dat wordt op zich ook niet door [appellant sub 6] bestreden.
(lees: [gedaagden] , aanvulling rechtbank)en de keuze uit mogelijke alternatieven. Daarmee zijn deze onderdelen planologisch van aard. De planologische aspecten van het te maken werk kunnen in het kader van de administratieve onteigeningsprocedure niet zelfstandig worden beoordeeld, maar konden in de procedure op grond van de Tracéwet aan de orde gesteld worden. Reclamanten hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De noodzaak van het onderhavige plan van het werk is in het kader van die procedure al bepaald en vastgesteld en staat ons derhalve niet meer ter beoordeling.
3.De vorderingen
4.De standpunten van partijen en de beoordeling daarvan
het standpunt van [gedaagden]
5.De beslissing
woensdag 13 mei 2020hun concept-rapport aan partijen toe te zenden;
woensdag 10 juni 2020door de deskundigen moet zijn ontvangen;
woensdag 8 juli 2020een ondertekend deskundigenrapport ter griffie van de rechtbank in te leveren;