Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
- het beschreven zenuwachtige gedrag van verdachte (trillende handen) bij de start van
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 19 februari 2019 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte wegens overtreding van de Opiumwet, specifiek het vervoeren, aanwezig hebben en medeplegen van grootschalige hennepteelt. Verdachte werd beschuldigd van het op 11 mei 2017 vervoeren van circa 15,19 kilogram hennep in een Fiat Ducato te Heerenveen, het op 13 mei 2017 aanwezig hebben van 857 gram hennep in een bedrijfspand te Gorredijk, en het in de periode van november 2015 tot januari 2016 medeplegen van hennepteelt door het beschikbaar stellen van een Iveco vrachtwagen en bedrijfspanden in Wolvega.
De rechtbank verwierp de verweren van de verdediging over onrechtmatig verkregen bewijs en onvoldoende onderzoek naar het THC-gehalte van de hennep. De politie had met toestemming van verdachte de laadruimte van de auto doorzocht en de hennep aangetroffen. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het vervoeren en aanwezig hebben van hennep. Tevens werd bewezen verklaard dat verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden dat de vrachtwagen en panden bestemd waren voor grootschalige hennepteelt.
De rechtbank sprak verdachte vrij van één ten laste gelegde feit wegens onvoldoende bewijs. Voor de overige feiten werd verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, met aftrek van voorarrest. De rechtbank legde ook verbeurdverklaring op van de Iveco vrachtwagen en bepaalde dat overige inbeslaggenomen goederen aan verdachte worden teruggegeven. De strafmotivering betrof de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen van verdachte, en het belang van specifieke en algemene preventie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf met aftrek van voorarrest wegens overtreding van de Opiumwet.