ECLI:NL:GHARL:2019:3502
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- A.W. Steeg
- I.W. Levelt-Iseger
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw belastingschulden
Appellante, een grafisch ontwerper met een eenmanszaak, verzocht de rechtbank om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege aanzienlijke belastingschulden bij de Belastingdienst. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellante niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van haar belastingschulden, met name omzetbelastingschulden van circa €50.000.
In hoger beroep bevestigde het hof deze afwijzing. Het hof oordeelde dat een ondernemer geacht wordt gelden voor omzetbelasting te reserveren, omdat deze gelden uitsluitend voor de Belastingdienst zijn bestemd. Appellante had deze reserveringen nagelaten en de gelden voor andere doeleinden gebruikt, waardoor zij niet te goeder trouw handelde. De hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw Pro, die in uitzonderlijke gevallen toch toelating tot schuldsanering mogelijk maakt, werd niet toegepast vanwege de aard, omvang en recente datum van de schulden.
Hoewel appellante inmiddels een boekhouder heeft ingeschakeld, haar administratie op orde heeft gebracht en sinds 2018 haar belastingverplichtingen nakomt, acht het hof dit onvoldoende om de hardheidsclausule toe te passen. Het hoger beroep faalt en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af wegens niet te goeder trouw ontstane belastingschulden en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.