ECLI:NL:RBNNE:2019:3137
Rechtbank Noord-Nederland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in verzoek herziening bestuursrechtelijke uitspraken en wijst terugbetaling griffierecht toe
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzet tegen uitspraken van 12 april 2019 waarin zij zich onbevoegd had verklaard om kennis te nemen van verzoeken tot herziening van uitspraken van 8 september 2017. Deze eerdere uitspraken waren nog niet onherroepelijk omdat hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB) nog liep.
Opposant voerde aan dat herziening toch mogelijk was, onder verwijzing naar een civiele uitspraak, maar de rechtbank verwierp dit omdat het bestuursrecht een eigen regeling kent waarbij herziening alleen mogelijk is als de uitspraak onherroepelijk is. De rechtbank stelde vast dat zij in haar eerdere uitspraken niet had bepaald dat het griffierecht terugbetaald moest worden, terwijl dit volgens het procesreglement bestuursrecht verplicht is bij onbevoegdheid.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, waardoor de uitspraken van 12 april 2019 vervielen en de zaken terugvielen in de oude stand. Zij verklaarde zich opnieuw onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om herziening en besloot het verzoek door te sturen naar de CRvB. Tevens werd bepaald dat het griffierecht van tweemaal €46,00 aan opposant wordt terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot herziening en bepaalt dat het griffierecht wordt terugbetaald.