ECLI:NL:RBNNE:2019:2245
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening tegen besluit UWV
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV dat zijn bezwaar ongegrond verklaarde. Het verzoek was connex aan lopende beroepen tegen dat besluit en tegen het niet-tijdig beslissen op een herzieningsverzoek.
Tijdens de zitting is het verzoek aangehouden en is afgesproken de beroepen spoedig te behandelen. Inmiddels heeft de rechtbank op 8 mei 2019 uitspraak gedaan waarbij het beroep ongegrond werd verklaard en een ander beroep niet-ontvankelijk.
Ook verzoeken om herziening zijn behandeld en doorgezonden naar de Centrale Raad van Beroep. De voorzieningenrechter overweegt dat artikel 8:81 Awb Pro geen grond biedt voor een voorlopige voorziening tegen herziening of verzet.
Gelet op deze ontwikkelingen bestaat geen aanleiding meer voor een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat inmiddels op de beroepen is beslist en geen spoedeisend belang meer bestaat.