ECLI:NL:RBNNE:2018:4096
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan belang bij aanslag inkomstenbelasting 2016
Eiseres was in beroep gegaan tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2016, vanwege een verschil in de algemene heffingskorting tussen de voorlopige en definitieve aanslag.
De voorlopige aanslag kende een heffingskorting van € 2.230,-, de definitieve aanslag € 2.242,-. Het verschil van € 12 lag onder de aanslaggrens van € 14, waardoor het bedrag niet werd terugbetaald. Eiseres maakte bezwaar, dat werd afgewezen.
In de beroepsfase betaalde de inspecteur het bedrag alsnog terug, waardoor eiseres geen belang meer had bij haar beroep. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek af om de uitspraak algemeen verbindend te verklaren, omdat zij daartoe niet bevoegd is. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres.
De uitspraak werd gedaan door rechter M. van den Bosch op 23 oktober 2018 te Groningen.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang na terugbetaling van het verschil in heffingskorting.