Eiseres diende na het verstrijken van de wettelijke termijn een aangifte omzetbelasting in over maart 2017, waarin zij geen omzet aangaf maar een groot bedrag aan voorbelasting aftrok, wat neerkwam op een verzoek om teruggaaf van omzetbelasting.
Verweerder had reeds een naheffingsaanslag opgelegd en deze later verminderd tot nihil. De ingediende aangifte werd door verweerder aangemerkt als een bezwaar tegen de naheffingsaanslag en als een verzoek om teruggaaf, maar beide werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke heffingssystematiek niet toestaat dat na het opleggen van een naheffingsaanslag alsnog een geldige aangifte wordt gedaan die leidt tot een nieuw verzoek om teruggaaf. Dit zou de bezwaartermijn ondermijnen.
Daarom is het beroep van eiseres ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.